voorjaar in Berlijn

De Duitse geschiedenis heeft vijf politici (allemaal mannen) voortgebracht voor wie op grond van hun verdiensten een eigen stichting is opgericht die hun leven en werken in herinnering moet houden. Met een onnavolgbaar Duits woord worden deze stichtingen Politikergedenkstiftungen genoemd. Had u alle vijf de namen geweten? Ik moet bekennen dat ik er maar drie juist raadde: Otto von Bismarck, Konrad Adenauer en Willy Brandt. De beide anderen zijn Friedrich Ebert (rijkspresident in de jaren twintig van de vorige eeuw) en Theodor Heuss (bondspresident in de jaren vijftig van de vorige eeuw).

Ik wil het hier uiteraard over Willy Brandt hebben. Hij werd weliswaar in Lübeck geboren (op 18 december 1913), maar zijn naam is onlosmakelijk met de stad Berlijn verbonden. Hij was burgemeester van oktober 1957 tot december 1966, een periode dus, die in het teken van de Koude Oorlog stond.  Zo’n 40 jaar (1951-1991) had Berlijn twee burgemeesters: Berlin (Ost) werd bestuurd door een Oberbürgermeister en zijn collega in Berlin (West) droeg de titel Regierender Bürgermeister.

Zoals ik al eens eerder schreef, legden de Oostduitsers er steeds de nadruk op dat Oost-Berlijn een integraal bestanddeel van de DDR was, vandaar de consequente  benaming Oberbürgermeister von Berlin, Hauptstadt der DDR. West-Berlijn wederom was een Land (deelstaat) en ook dat kwam in de benaming van de burgemeester tot uitdrukking: Regierender Bürgermeister der Stadt und des Landes Berlin. U merkt: aan beide kanten werd angstvallig vermeden de begrippen oost en west te gebruiken.

Maar terug naar Willy Brandt: Berlijn heeft een Willy-Brandt-Haus dat als partijcentrale voor de Duitse sociaal-democraten dient, maar daarnaast ook een centrum voor kunst en cultuur wil zijn.  Voorts werd bedacht dat het nieuwe vliegveld van Berlijn de naam Willy Brandt zal dragen (München heeft per slot van rekening al sinds jaar en dag een Frans-Josef-Strauss vliegveld). De laatste tijd gebruikt men echter steeds vaker de naam BER en Willy Brandt lijkt enigszins op de achtergrond te raken.

En dat is misschien maar beter ook. Het probleem is namelijk dat het volstrekt onduidelijk is wanneer dat nieuwe vliegveld daadwerkelijk zijn poorten zal openen. Men hult zich officieel nog in stilzwijgen, maar duidelijk is dat de opening op zijn allervroegst in 2017 een feit zal zijn. Dat is dan vijf jaar later dan oorspronkelijk gepland. En verbaast u zich er niet over als daar nog een jaartje bij komt.

Helmuth Mehdorn, van wie gezegd werd dat hij voor alle problemen een oplossing zou vinden, heeft er inmiddels de brui aan gegeven (reden: ruzie met het bestuur), dus dat helpt ook niet echt. Men is nu naarstig op zoek naar een opvolger, en dat wordt gegarandeerd nog een vrij lastige zoektocht

Maar er is nog een derde plek in Berlijn waar de naam Willy Brandt in het middelpunt staat. Tijdens een voorjaarswandeling langs de boulevard Unter den Linden vindt u op nummer 62-68 het Forum Willy Brandt Berlin. Het ligt op een steenworp afstand van de Brandenburger Tor, aan de overkant van de pompeuze Russische ambassade.

De expositie was vroeger in het Rathaus Schöneberg te vinden, dat internationaal bekend is geworden door het bezoek van John F. Kennedy in de zomer van 1963 – luttele maanden voordat hij in Dallas zou worden vermoord. Brandt was toen burgemeester van Berlijn en de beelden van de jonge Amerikaanse president, de verhoudingsgewijze ook nog jonge Brandt en de oude bondskanselier Konrad Adenauer gingen toen de hele wereld over.

De tentoonstelling schetst aan de hand van een grote hoeveelheid documenten en foto’s een beeld van de politicus Brandt, die nooit zo precies in het straatje van het naoorlogse establishment heeft gepast. Brandt was al in 1934 (dus aan het begin van de nazi-tijd) naar Noorwegen uitgeweken, van waaruit hij in het verzet tegen het Hitler-regime actief was, en keerde pas in 1945 weer terug naar Duitsland. Dit werd hem door bepaalde kringen zeer kwalijk genomen, waarbij nog kwam dat hij een buitenechtelijk kind was, in Noorwegen zijn naam veranderde (van Herbert Frahm in Willy Brandt) en zich in 1948 ook nog eens liet scheiden (om nog datzelfde jaar weer te hertrouwen).

Geen wonder dat met name de Duitse christen-democraten de opkomende politicus met alle mogelijke middelen bestreden. Zo liet Adenauer het zich kort na de bouw van de Berlijnse Muur in 1961 niet nemen zijn politieke tegenstander Brandt alias Frahm te noemen. Adenauer had natuurlijk gezien dat de populariteit van Brandt na de bouw van de Muur sterk was gestegen, terwijl hijzelf pas ruim een week na die 13e augustus 1961 zijn gezicht in Berlijn liet zien – wat ongetwijfeld een grote politieke fout is geweest.

De tentoonstelling is niet erg groot, maar geeft een aardig beeld van de persoon Willy Brandt en van zijn successen en nederlagen in de politiek. De grootste nederlaag is zonder twijfel zijn voortijdig aftreden als bondskanselier in 1972, dat verband hield met het feit dat één van zijn naaste medewerkers een spion van de DDR bleek te zijn.

Als grootste succes mag zijn zogenoemde Ost-Politik worden beschouwd. Brandt stuurde daarbij midden in de Koude Oorlog aan op een toenadering tot het Oostblok, wat hem destijds door velen niet in dank werd afgenomen. Uiteindelijk werd deze ontspanningspolitiek echter de wegbereider tot de gebeurtenissen aan het eind van de jaren tachtig.

test

Op de Joachimsthaler Platz nabij de Kürfurstendamm werd onlangs een display opgesteld met daarop een foto uit 1945 van de Kaiser-Wilhelm-Gedächtniskirche en de nabijgelegen, totaal verwoeste Budapester Strasse. Meer displays zijn te vinden op onder andere de Wittenbergplatz, nabij het Brandenburger Tor en op de Alexanderplatz. Ze maken deel uit van de open-air tentoonstelling Frühling in Berlin – Mai 1945 die vanaf 21 april te zien zal zijn. In 1945 was dit de dag waarop sovjetische soldaten voor het eerst de stadsgrens van Berlijn overschreden.

Dit jaar wordt uiteraard het feit herdacht dat de Tweede Wereldoorlog 70 jaar geleden eindigde. Op deze website vindt u een overzicht van de geplande activiteiten in Berlijn. De meeste van de hier genoemde locaties zoals het Deutsches Historisches Museum, het Bode-Museum en de Martin-Gropius-Bau worden ongetwijfeld uitvoerig in uw reisgids beschreven; over het Alliertenmuseum hab ik hier en over de Gedenkstätte Deutscher Widerstand hier al eens wat geschreven. Al met al zijn de geplande herdenkingen van het einde van de Tweede Wereldoorlog erg ingetogen; van een bevrijdingsfeest is al helemaal geen sprake.

 

De Tweede Wereldoorlog was in Duitsland op 8 mei 1945 voorbij, de dag van de onvoorwaardelijke capitulatie: de Act of Military Surrender werd in dit bescheiden gebouw in Berlijn-Karlshorst geratificeerd. Tegenwoordig is het gebouw als museum toegankelijk: ik heb hierover in het verleden al eens wat geschreven. Elke zondag om 15.00h wordt er hier een rondleiding aangeboden, die zeer de moeite waard is.

Vele jaren lang werd er over de vraag gediscussieerd hoe deze dag nu eigenlijk herdacht diende te worden. Voor vele Duitsers was de 8e mei het symbool van de Duitse nederlaag en niet zozeer van het einde van de Tweede Wereldoorlog.

Het is de verdienste van de onlangs overleden Richard von Weizsäcker dat hij in 1985 als Duitse bondspresident in een rede naar aanleiding van het 40-jarige einde van de Tweede Wereldoorlog deze dag als de bevrijding van het nationaal-socialisme duidde. Dat leverde hem en ook Duitsland destijds veel respect op in binnen- en buitenland en er bestaat sindsdien in feite consensus dat de bondspresident dertig jaar geleden inderdaad de juiste woorden heeft gevonden.

Richard von Weizsäcker wist waar hij over sprak: als jonge jurist verdedigde hij zijn eigen vader tijdens het Neurenberg tribunaal in 1945. Hij was begin jaren tachtig trouwens ook een aantal jaren burgemeester van Berlijn, maar zijn populariteit was toen nog eerder aan de bescheiden kant.

Er is in Berlijn uiteraard een aantal gedenktekens en monumenten te vinden die aan de verschrikkingen van het nazi-regime herinneren. Daarbij moet worden aangetekend dat de meeste pas decennia na het einde van de Tweede Wereldoorlog zijn ontstaan, zoals het Holocaust-Denkmal dat nabij het Brandenburger Tor is te vinden en inmiddels waarschijnlijk het bekendste monument van Berlijn is.

Bovendien ging het initiatief tot de bouw ervan destijds niet van de stad Berlijn of van de Bondsrepubliek uit, maar van de strijdbare Berlijnse journaliste Lea Rosh. Toen uiteindelijk was besloten het monument te bouwen volgde er een jarenlange ruzie, waarbij het om de vraag ging of dit monument alleen aan de vermoorde joden danwel aan alle slachtoffers van het nazi-regime zou moeten herinneren. Uiteindelijk kwamen er eigen gedenktekens voor de vermoorde Sinti en Roma en voor de om het leven gebrachte homoseksuelen. En sinds kort is er een speciaal monument voor een vierde groep vervolgden.

Niet ver verwijderd van het Brandenburger Tor, in de Tiergartenstrasse, werd op 2 september 2014 het monument ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de euthanasie-moorden onthuld. Dat dit monument juist hier is ontstaan is geen toeval: in de Tiergartenstrasse 4 werden de plannen ontwikkeld die tot de moord op zo’n 70.000 mensen zouden leiden. De achtergronden van het “Projekt T4” (Tiergartenstrasse 4) worden verduidelijkt op de panelen voor de blauwe glazen muur, die zo’n 25 meter lang is en pal voor het gebouw van de Philharmonie staat.

De verschillende gedenktekens hebben gemeen dat ze 24 uur per dag bezocht kunnen worden en vrij toegankelijk zijn. Het gedenkteken in de Tiergartenstrasse bereikt u het beste met bus 200, die hier direct voor de deur stopt. Vanaf dit punt is het dan nog slechts een kleine wandeling naar de Potsdamer Platz. Nadere informatie over de genoemde monumenten vindt u hier.

Hierboven rijdt een oude Volkswagenbus met daarop de slogan Wir wollen die Spiele! Hiermee worden inderdaad de Olympische Spelen bedoeld: Berlijn wilde opnieuw een serieuze poging ondernemen de Spelen van 2024 (of desnoods die van 2028) naar de stad te halen. Dat zou dan bijna 100 jaar na de beruchte Spelen van 1936 zijn, die onder het toeziend oog van de nazi’s hier in Berlijn plaatsvonden. De stad dankt daaraan zijn Olympisch stadion, het Maifeld en het uitgestrekte Olympiaterrein, waarover ik hier al eens wat heb geschreven.

Inmiddels is besloten dat niet Berlijn maar Hamburg zich namens Duitsland kandidaat mag stellen, zodat de al in het leven geroepen website (“Warum die Spiele nach Berlin gehören”) weer dicht kan. Zoals was te verwachten kwam er ook prompt een website die zich tegen de Spelen uitsprak.

Dit herinnert mij sterk aan de kandidatuur van Berlijn voor het jaar 2000, waarover zich begin jaren 90 een heftige discussie tussen voor- en tegenstanders ontwikkelde. Uiteindelijk viel Berlijn tijden de stemming in 1993 duidelijk door de mand: slechts zeven IOC-leden stemden vóór de stad. Dat was in feite ook geen wonder: er was te weinig steun vanuit de bevolking, de kandidatuur werd door allerlei schandalen overschaduwd en men had zo kort na de Wiedervereinigung eigenlijk ook wel andere zorgen.

Het is goed dat deze hernieuwde poging al in de kiem werd gesmoord: ook ditmaal was er lang niet genoeg steun vanuit de bevolking en daarnaast is de financiële toestand van Berlijn nog steeds zorgelijk te noemen. Het is bovendien niet zo dat er in Berlijn niet voldoende oog voor de sport is: het paradepaardje Berlin Marathon behoeft nauwelijks verdere introductie: alle zes officiële wereldrecords werden op het parcours hier in Berlijn gelopen!

Verder beschikt Berlijn met het gerestaureerde Olympisch stadion over één van de modernste stadia van het land: jammer dat de plaatselijke favoriet Hertha BSC in de Bundesliga nog steeds een beetje achter de feiten aanloopt. De ploeg zal vermoedelijk niet degraderen, maar daarmee is dan ook alles gezegd.

In het Olympisch stadion wordt trouwens al sinds jaar en dag de Duitse bekerfinale gespeeld, dit jaar op 30 mei. Overdag is het (West-Berlijnse) centrum dan één grote voetbalparty, waarbij het er tot nu toe gelukkig altijd erg vriendschappelijk aan toe gaat. Een enkeling blijft weliswaar door alcohol overmand op de middenstrook van de Kurfürstendamm liggen en mist daardoor de wedstrijd, maar de meeste fans trekken tegen de avond keurig per S- of U-Bahn naar het stadion en zetten het feestje na afloop van de wedstrijd voort – of ze nu gewonnen hebben of niet.

En dan is er natuurlijk nog de fietssport. Berlijn is een vlakke stad en er is slechts een klein aantal heuvels te vinden, die weliswaar Kreuzberg, Müggelberg of Teufelsberg heten maar niet of nauwelijks boven de 100 meter uitkomen. Ook al klaag ik nogal eens over de problemen waarmee fietsers in Berlijn hebben te kampen (te weinig fietspaden, bestaande fietspaden in slechte staat, automobilisten zien fietsers vaak als hindernis), toch moet ik zeggen dat fietsen in Berlijn steeds populairder wordt en dat de plaatselijke overheid hierop zo goed en zo kwaad als het gaat probeert in te spelen. Hier vindt u een overzicht van de plannen van de Berlijnse senaat.

Dat fietsen en de fietssport in de lift zitten is ook te merken aan het aantal fietsevenementen hier in de stad. Het grootste is zonder twijfel de Sternfahrt, die dit jaar op zondag 14 juni plaats zal vinden. Deze video geeft u een aardig idee van hetgeen u daar te wachten staat. De Sternfahrt mag zich de grootste fietsdemonstratie ter wereld noemen: als het weer mee zit zijn er al gauw zo’n 200.000 deelnemers!

Onlangs vond voor de zesde keer de Berlin Bicycle Week plaats, een uitermate sfeervolle gebeurtenis die mij om de één of andere reden altijd was ontgaan! Ik was er dit jaar voor het eerst en heb natuurlijk snel genoteerd dat ik tijdig vóór de zevende editie uitgebreid op deze innovatieve fietsshow terug zal komen.

Interessant is de locatie waar deze Bicycle Week werd gehouden: het STATION Berlin is ook zonder dat er een evenement op het programma staat de moeite van een bezoekje waard. Het is te vinden in de Luckenwalder Straße 4-6, vlakbij het U-Bahnstation Gleisdreieck. Hier was vroeger inderdaad een treinstation te vinden, vanwaar een verbinding naar Dresden werd onderhouden – vandaar de naam Dresdener Bahnhof. Tegenwoordig valt het areaal onder monumentenzorg en is het door zijn ligging, grootte, en geschiedenis een perfecte plek voor allerlei manifestaties. Het ligt vlakbij het Deutsche Technikmuseum en het onvolprezen Park am Gleisdreieck. Kortom: ideaal voor een uitstapje buiten de geijkte toeristische paden.

Er is zoals elk voorjaar nóg een groot fietsevenement in Berlijn: het Velothon dat op 31 mei, één dag na de Duitse beker finale, zal worden gehouden. De al genoemde Sternfahrt is er eigenlijk voor iedereen, voor jong en oud. Maar de Velothon is vooral geschikt voor de wat ambitieuzere fietser. Er zijn twee afstanden: 60 km (die nog wel redelijk te doen is) en 120 km, waar je zonder voldoende training maar beter niet aan mee kunt doen. Beide touren eindigen op de Straße des 17. Juni, waar deelnemers en toeschouwers een markt, live muziek en natuurlijk veel eten en drinken wachten.

Naast het sportieve Berlijn is er natuurlijk vooral ook het culturele en historische Berlijn dat van jaar tot jaar meer bezoekers trekt. Men kan bij de senaat van Berlijn een boekje downloaden, waarin veel basisgegevens over Berlijn zijn te vinden (voor de liefhebbers: hier te vinden). Het heeft als titel Erfolgsgeschichte (succesverhaal) en laat een wel erg rooskleurige kant van de stad zien.

Zo druk als op deze foto (gedenkplaats Berlijnse Muur in de Bernauer Straße)  is het in de regel in de stad gelukkig niet, maar een feit is wel dat het aantal toeristen van nog geen 10 miljoen in 2000 gestegen is naar meer dan 25 miljoen in 2013! De cijfers voor 2014 zijn nog niet bekend, maar zullen ongetwijfeld nog eens hoger liggen. Wat ook in het oog springt: Berlijn blijkt bij jongeren de op één na populairste stad ter wereld te zijn – ver vóór New York, London, Parijs en Los Angeles. Nummer één is trouwens Toronto.

Tot slot nog een cijfer dat mij persoonlijk verheugt en bovendien goed bij het fietsverhaaltje van zo-even past: Van alle Duitse steden heeft Berlijn de minste auto’s (342 per 1.000 inwoners). Dat heeft natuurlijk in de eerste plaats met het toch redelijk goede openbaar vervoer te maken. Een andere reden is dat vooral onder jongeren de auto steeds minder als statussymbool wordt beschouwd.

Waarschijnlijk is mei/juni de beste tijd om Berlijn te bezoeken: het weer is dan in de regel uitstekend: veel zon, weinig wind en temperaturen die perfect zijn om de stad te verkennen. Bovendien zijn er in die periode altijd tal van evenementen, waarvan ik er hierboven al enige noemde.

Van alle evenementen is het Karneval der Kulturen ongetwijfeld het grootste en meest spectaculaire. Het wordt dit jaar voor de 20e keer gehouden: zoals altijd ook dit jaar weer tijdens de Pinksterdagen. De belangrijkste en drukste dag is de zondag, als zo’n 80 feestwagens en 5.000 artiesten zich met een snelheid van hooguit 1 km per uur op de route tussen Hermannplatz en Yorckstrasse voortbewegen.

Dit Karneval is niet te vergelijken met hetgeen zich in februari in Köln, Düsseldorf en Mainz of in Nederland beneden de grote rivieren afspeelt. Weliswaar ligt ook hier het accent op muziek en dans, maar zoal de naam al doet vermoeden gaat het er vooral om de culturele diversiteit van de stad te presenteren.  En dat lukt erg goed: vorig jaar stonden er rond 700.000 toeschouwers langs de route en waren er daarnaast nog eens zo’n 600.000 mensen die het volksfeest op de Blücherplatz bezochten.

Een probleem is meer dan ooit de financiering van het project en het is op het moment dat ik dit schrijf nog niet eens helemaal zeker dat het Karneval der Kulturen ook dit jaar weer zal kunnen plaatsvinden! Het zou natuurlijk uitermate teleurstellend zijn als het evenement om financiële redenen zou moeten worden afgezegd, temeer omdat het Karneval duidelijk meer geld naar Berlijn brengt dan dat het de stad kost. Op de website is niet erg duidelijk wat de situatie op dit moment is en er is ook nog geen routekaartje te vinden.

Hierboven vindt u de route van 2014: die van dit jaar zal hier waarschijnlijk niet of nauwelijks van afwijken. Ik denk dat u het best een plekje in de buurt van het U-Bahn station Südstern kunt zoeken: u bent hier snel (lijn 7) en kunt van hieruit ofwel tegen de richting van de stoet in naar de Hermannplatz lopen (als u er al vroeg in de middag bent) ofwel richting Blücherplatz wandelen, als u op een gegeven moment genoeg wagens hebt gezien. De Blücherplatz is één grote party en u mag deze gebeurtenis eigenlijk niet missen als u met Pinksteren in Berlijn bent.

Er zijn nog twee andere manifestaties die traditiegetrouw in het voorjaar plaatsvinden: op 1 mei wordt rond de Oranienstrasse in Kreuzberg voor de 13e keer het zogenoemde Myfest georganiseerd, dat een tegenhanger wil zijn voor de in deze wijk traditioneel zeer onrustige 1 mei viering. Links-radicalen riepen al in de jaren 80 de zogenoemde Revolutionäre 1. Mai-Demonstrationen uit, die vaak behoorlijk uit de hand liepen en op een veldslag tussen demonstranten en politie uitdraaiden.

Het lijkt er inderdaad op dat er van het Myfest een de-escalerende werking uitgaat: op de Oranienplatz was het vorig jaar op 1 mei erg rustig – zoals op de foto hierboven is te zien. Desalniettemin zijn er ook dit jaar weer enkele links-radicale demonstraties voor de 1e mei gepland: om 10.00h op de Hackescher Markt, als onderdeel van de “normale” 1 mei demonstratie, die traditiegetrouw wordt georganiseerd door de DGB, zeg maar de FNV van Duitsland. Overigens: 1 mei wordt in Duitsland net als in Nederland dag van de arbeid genoemd, maar het is wèl een vrije dag!

En dan om 18.00h een eigen demonstratie, die van start zal gaan op de Spreewaldplatz, die niet ver verwijderd is van de plek waar het Myfest zal worden gehouden. Het motto van deze demonstratie luidt “wir sind überall“. Nu is dit wel enigszins overdreven, maar er waren vorig jaar toch ruim 20.000 deelnemers: het gaat hier dus niet slechts om een klein groepje in de marge. Overigens worden links-radicalen hier ten lande in het algemeen Autonomen genoemd, terwijl zij zelf veelal de naam Antifa (anti-fascisme) gebruiken.

Een gebeurtenis van een heel andere orde is de jaarlijkse Christopher Street Day, die ditmaal op 27 juni wordt gevierd. Over dit evenement hoef ik hier waarschijnlijk niet al te veel te vertellen, omdat deze dag ook in Nederland wel een begrip is. Vorig jaar waren er helaas nogal wat onenigheden tussen de organisatoren, maar dit jaar heeft men de handen gelukkig weer ineen gesloten.

Het uitbundige défilé vertrekt zoals vanouds van de Kurfürstendamm (nabij de Uhlandstraße) en voert via de Wittenbergplatz naar de Siegessäule. Het evenement is onderdeel van de jaarlijkse Pride Week, die tientallen andere festiviteiten bundelt.

Ik wens u veel Berlijns voorjaarsplezier!

Dit bericht is geplaatst in nieuwe verhalen met de tags , , , , , , , , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.