Berlijn kijkt terug

In een grote stad als Berlijn staat er natuurlijk elk jaar wel een bijzonder jubileum of een speciale herdenking op de agenda. Dit jaar wordt het honderdjarig bestaan van het Bauhaus gevierd en er wordt natuurlijk ook stil gestaan bij de val van de Berlijnse Muur op 9 november 1989.

Om met dat eerste te beginnen: het Bauhaus werd door de architect Walter Gropius in 1919 in het leven geroepen doordat hij in de stad Weimar in de deelstaat Thüringen de academie voor beeldende kunsten en de school voor kunstnijverheid met elkaar verenigde. Met andere woorden: kunst, architectuur en ambacht hoorden volgens Gropius bij elkaar. Hierboven ziet u de Bauhaus mannen (en één vrouw!) van het eerste uur.

Hoewel het Bauhaus slechts tussen 1919 en 1933 heeft bestaan is het het tot op de dag van vandaag nog steeds een symbool van vernieuwing in kunst en architectuur. Die periode van 14 jaar kende twee verhuizingen: in 1925 van Weimar naar de stad Dessau in Sachsen-Anhalt en in 1932 van Dessau naar Berlijn. In Dessau was de NSDAP kort daarvoor de grootste partij geworden en drukte de sluiting door. In Berlijn was het Bauhaus (dat intussen noodgedwongen een particuliere stichting was geworden) evenmin een lang leven beschoren: al in 1933 was door toedoen van de nazi’s ook daar sluiting onvermijdelijk geworden.

Op deze website zijn de belangrijkste evenementen te vinden die dit jaar in het kader van 100 jaar Bauhaus worden georganiseerd en dan met name in de week van 31 augustus tot 8 september. Hierboven ziet u het glazen paviljoen in wording aan de Ernst-Reuter-Platz, dat als centrale voor de Bauhausweek zal dienen. Dit plein is al jaren een bouwput en het ziet er hier zolang ik me kan herinneren altijd tamelijk troosteloos uit, maar misschien komt het allemaal op tijd nog goed.

Aan het Berlijnse Bauhaus, dat in de Birkbuschstraße in de wijk Lankwitz was gevestigd, herinnert alleen nog maar een gedenkplaat. Op een steenworp afstand hier vandaan is trouwens het bekende Klinikum Steglitz te vinden, dat vroeger met de Freie Universität was verbonden, maar in 2003 onderdeel van de Charité werd en sindsdien als Charité Campus Benjamin Franklin door het leven gaat.

Pas in 1979 werd in (West-)Berlijn het Bauhaus Archiv geopend, waarvan het ontwerp nog van Walter Gropius stamt. Het Archiv heeft als belangrijkste opgaven de erfenis van het Bauhaus te beheren en de geschiedenis ervan toegankelijk te maken. Dat laatste lukt momenteel niet al te best, want precies in het jubileumjaar is het Archiv wegens verbouwing gesloten. En die verbouwing duurt nog tot 2023, waar je volgens goed-Berlijnse traditie rustig nog een jaartje bij op mag tellen.

Is er dan jarenlang niets te zien? Nee, zo dramatisch is het ook niet, want men heeft op een erg interessante plek elders in Berlijn een zogenoemde Dependance ingericht. Hier krijgt u in ieder geval een vluchtige indruk van de geschiedenis en de invloed van het Bauhaus.

Deze Dependance is (vlak bij de hiervoor al genoemde Ernst-Reuter-Platz) in het pand op de hoek van de Hardenbergstraße en de Knesebeckstraße te vinden, waar vroeger tientallen jaren lang de roemruchte boekhandel Kiepert was gevestigd. Maar “pand” is een beetje een understatement: het gaat hier namelijk om het Haus Hardenberg. Het is één van de mooiste gebouwen in Berlijn uit de jaren vijftig van de vorige eeuw en het staat dan ook sinds een aantal jaren op de lijst van monumentenzorg (Denkmalschutz).

Het assortiment van Kiepert was geweldig, vooral dat aan studieboeken. Ik ben er vaak geweest. En Robert Kiepert was een bevlogen boekhandelaar, die zijn vak tot in de puntjes beheerste en zijn medewerkers altijd met respect behandelde. Kiepert werd de eerste Duitse boekwinkel met zelfbediening en was ook een tijdlang de grootste van heel Duitsland: op een gegeven moment waren er bijna 400 medewerkers! Ja, het was zo ongeveer het Berlijnse antwoord op Foyles in Londen. Toch liep het mis en tot ontzetting van heel boek minnend Berlijn ging Kiepert in 2002 failliet.

Na Kiepert kwam JF Lehmanns, ook al zo’n bekende naam in de Duitse boekenwereld. In haar hoogtijdagen had de Lehmanns groep bijna 30 filialen in heel Duitsland (vooral in universiteitssteden), in Berlijn waren het er zelfs drie. Maar ook bij Lehmanns liep niet alles naar wens en het in 2003 nog zo feestelijk ingewijde vlaggenschip werd in 2013 alweer gesloten.

Na jaren van leegstand is er dus nu weer een passende bestemming voor dit monumentale gebouw in het hart van het oude West-Berlijn gevonden. In de Knesebeckstraße is trouwens nog wel steeds een aantal boekwinkels te vinden. De bekendste is ongetwijfeld de Marga Schoeller Bücherstube op nummer 33, die dit jaar haar 90-jarig jubileum viert. Maar ook Fundus (op nummer 20) en Knesebeck 11 (inderdaad, op nummer 11) zijn een bezoekje waard.

Een heel ander soort winkel is te vinden in de Hardenbergstraße 4-5, vlak naast de Dependance van het Bauhaus. Ik heb het over Manufactum, een zaak die, naar ik vind, zeer smaakvolle (en daarom ook niet bepaald goedkope) producten aanbiedt.

Het is de ideale winkel als u een mooi cadeau voor een bijzonder iemand zoekt en even niet op geld wilt letten. Lederwaren, keukeninrichting, hebbedingetjes voor het interieur, maar ook exquisiete levensmiddelen. U vindt Manufactum trouwens ook in de onvolprezen Königliche Gartenakademie in Dahlem, waarover ik hier al eens wat heb geschreven.

Zoals gezegd verhuisde het Bauhaus in 1925 noodgedwongen naar Dessau. In 1930 werd de architect Ludwig Mies van der Rohe tot directeur benoemd en na de hernieuwde sluiting in 1932 was hij degene die probeerde het Bauhaus in Berlijn als privé instelling nieuw leven in te blazen. Van der Rohe is één van de belangrijkste architecten van de vorige eeuw en een pleitbezorger van het minimalisme (“minder is meer”). In Berlijn is het Mies van der Rohe Haus te vinden, dat u hierboven ziet. Hij ontwierp het in 1933, kort voordat hij uitweek naar de Verenigde Staten. Het is tegenwoordig een vrij toegankelijk pand en er worden regelmatig kleine exposities gehouden.

Met name in dit herdenkingsjaar zijn er diverse tentoonstellingen gepland. Hier ziet u een werk van de Nederlandse kunstenaar Jan van der Ploeg dat eerder dit jaar werd getoond. Op de website vindt u een overzicht van alle exposities en informatie over de geschiedenis van dit huis (helaas alleen in het Duits).

Nu ligt het Mies van der Rohe Haus in een wijk die de meeste bezoekers waarschijnlijk niet snel zullen aandoen: Alt-Hohenschönhausen. Weliswaar is hier de indrukwekkende Gedenkstätte Berlin-Hohenschönhausen te vinden, die (uiteraard) gevestigd is in het gebouwencomplex dat ten tijde van de DDR als centrale gevangenis voor het Ministerium für Staatssicherheit (de beruchte Stasi) diende, maar de wijk ligt nu eenmaal niet erg centraal.

Ik heb daarom een kleine fietsroute gepland, die u vanaf de Alexanderplatz naar Hohenschönhausen voert, daar een aantal interessante plekken aandoet en u weer terug leidt naar het U- en S-Bahn station Pankow. In totaal zijn het precies 20 km, dus dat is best te doen!

Vanaf de Alexanderplatz nemen we de Karl-Liebknecht-Straße richting noorden. Opgelet: hier is vrijwel altijd veel verkeer! Dat geldt ook voor de Prenzlauer Allee, die in het verlengde ligt. Hier slaan we rechtsaf naar de Prenzlauer Berg en komen zo langs het fraaie Volkspark Friedrichshain, waarover ik een flink aantal jaren geleden hier al eens wat heb geschreven. Het is verlokkelijk hier even rond te kijken en een koffie te doen bij het prettige café-restaurant Schönbrunn – met blik op de zwanenvijver.

Via de lange Kniprodestraße komen we bij de Michelangelostraße. Hier maken we een kleine slalom langs verscheidene woonblokken en dan is het niet ver meer naar het eerste rustpunt: het beroemde Jüdische Friedhof (begraafplaats) in Weißensee. Vlakbij de ingang is een grote gedenksteen te vinden, waarmee de zes miljoen holocaust-slachtoffers worden herdacht. In de ring rondom de grote gedenksteen bevindt zich een aantal kleinere stenen die elk de naam van een concentratiekamp dragen.

Het is de grootste joodse begraafplaats in Europa: meer dan 100.000 mensen liggen hier begraven, daaronder talrijke beroemdheden. Enkele namen: de computerpionier Joseph Weizenbaum (ik had de eer hem een keer te ontmoeten), de schrijver en latere politicus Stefan Heym, de uitgever Samuel Fischer en de joodse verzetsstrijder Herbert Baum, naar wie ook de toegangsweg naar de begraafplaats is vernoemd en wiens graf u hierboven ziet. Op de achterkant van de grafsteen zijn de namen en de leeftijden van de leden van zijn verzetsgroep ingegraveerd: vrijwel zonder uitzondering waren het vrouwen en mannen tussen de 20 en 30 jaar.

Via de Smetanastraße en de Chopinstraße, waar enkele opvallende huizenblokken te zien zijn, komen we vervolgens uit op de Indira-Gandhi-Straße. Dat is weliswaar een vrij drukke weg, maar er is gelukkig wel een fietspad naast de rijbaan – al bevindt deze zich in een tamelijk desolate toestand.

Aan de overkant ziet u na een paar minuten fietsen een groot gebouw: de Sporthalle, dat deel uitmaakt van het beroemde Sportforum Hohenschönhausen. Het is een zeer groot complex, waar alle mogelijke sporten worden beoefend: voetbal, turnen, atletiek, judo, schermen, handbal en niet te vergeten: schaatsen.

Hier werd in 1986 het allereerste overdekte schaatsstadion ter wereld geopend – nog vóór Thialf in Heerenveen! Ik heb er zelf een paar maal geschaatst: het is een prachtige baan en de keren dat ik er was, was het ijs perfect. Het is ook een snelle baan: zo stelde Ids Postma hier ooit een wereldrecord op de 1.500 meter op. En het is de thuishaven van de in Nederland wellicht bekendste Duitse sportvrouw: Claudia Pechstein.

Het is best aardig met de fiets een paar rondjes op het complex te draaien. De meeste wegen zijn vrij toegankelijk en je krijgt op die manier een goed idee van de grootte en de gevarieerdheid van het terrein.

Als u de route op het kaartje volgt komt u aan de andere kant van het Forum uit op de Orankestraße: daar kruist u de Konrad-Wolf-Straße en neemt dan rechtdoor de Freienwalder Straße (zeer slecht wegdek!). Op de hoek met de Große-Leege-Straße ziet u dan de al eerder genoemde Gedenkstätte Berlin-Hohenschönhausen. Een bezichtiging van deze vroegere gevangenis vindt altijd in de vorm van een rondleiding plaats: het is niet toegestaan hier op eigen houtje rond te lopen.

De Konrad-Wolf-Straße is vernoemd naar een bekende Duitse regisseur: zijn vader was de schrijver Friedrich Wolf en zijn broer de roemruchte spionagechef Markus Wolf, die na de Tweede Wereldoorlog in de DDR de geheime dienst APN (Außenpolitischer Nachrichtendienst) opbouwde. Een zwaartepunt van de activiteiten van de APN lag op de beïnvloeding van de Bondsrepubliek, zowel in economisch als in politiek opzicht – en dat niet zonder succes. Anno 1989 was hij echter naar eigen zeggen een gelouterd mens geworden, die zijn eigen doen en laten in de DDR kritisch bekeek. Hij probeerde vervolgens een politieke rol te spelen tijdens de woelige Oost-Berlijnse winter van 1989/1990, maar werd als spreker op de beroemde demonstratie van 4 november 1989 in Oost-Berlijn uitgejouwd. De meeste DDR-burgers vonden hem toch eerder een wolf in schaapskleren…

Vis de Große-Leege-Straße en de Bahnhofstraße steken we de Konrad-Wolf-Straße in omgekeerde richting over en komen zo uit op de Oberseestraße. Hier vindt u dan op nummer 60 het al genoemde Mies van der Rohe Haus. Het wegdek is hier zo mogelijk nog iets slechter dan voorheen en het kan blijkbaar niet besluiten of het nu geasfalteerd of toch liever klinkerweg wil zijn.

Het Mies van der Rohe Haus heeft een grote tuin, met vrije toegang tot de Obersee en iets verderop is een al net zo aardig meertje te zien: de Orankesee. Daar is ook één van die vele kleine strandbaden te vinden die Berlijn rijk is. En aan de overkant is een modern Grieks restaurant gevestigd, met een groot terras en met een erg vriendelijke bediening.

Maar wij rijden desondanks een stukje verder, naar een meertje dat nog net iets aardiger is. We nemen de Buschallee (let op: veel verkeer tijdens de spits) en slaan dan linksaf de Berliner Allee in. Hier ziet u aan de rechterzijde al direct de Weißensee met de kenmerkende fontein in het midden.

Het is geen groot meer, maar het is hier erg prettig toeven en toen ik hier was (met mooi weer), was het niet echt druk. Rondom is er veel groen en behalve een strandbad zijn hier ook een strandbar en een bekend café-restaurant te vinden: het Milchhäuschen, dat op een ruim honderdjarig bestaan kan terugblikken. En het uitzicht op de Weißensee is vanaf het terras zo mooi dat het al een aantal keren als coulisse voor filmopnames werd gebruikt, zoals de vriendelijke ober mij verried.

We beginnen nu aan het laatste gedeelte van dit tochtje en rijden via de lange Pistoriusstraße (ook hier helaas veel autoverkeer tijdens de spits) richting station Pankow. Daarbij maken we nog een kleine omweg om even het Holländische Viertel (= wijk) van Weißensee te bekijken. Het is weliswaar niet met dat van Potsdam te vergelijken, maar inderdaad: er staan hier woonblokken die sterk aan Nederlandse flats doen denken, met name in de Woelckpromenade en in de Paul-Oestreich-Straße.

En passant doet u zo ook nog even de Kreuzpfuhl aan. Eigenlijk te klein om het een meertje te mogen noemen, maar wel een volmaakte idylle in de grote stad. Weer terug op de Pistoriusstraße zijn het dan nog zo’n 10 minuten voordat u het eind van de tour heeft bereikt: het U- en S-Bahnstation Pankow, waar veel openbaar vervoer samenkomt: de U-Bahn lijn U2 (dwars door de stad richting Ruhleben), de S-Bahn verbindingen S2, S3 en S8, alsmede diverse bussen en trams brengen u snel weer terug naar uw plaats van bestemming. Het is overigens toegestaan uw fiets in de tram mee te nemen: net als bij de U-Bahn en de S-Bahn moet hiervoor wel een extra kaartje worden gekocht.

In Berlijn is momenteel trouwens een verwoede discussie aan de gang over de toekomst van het verkeer in de stad. Het rood-rood-groene stadsbestuur heeft precies een jaar geleden een wet aangenomen waarmee het autoverkeer ten faveure van het openbaar vervoer en de fiets teruggedrongen moet worden. Dit zogenoemde Mobilitätsgesetz moet er onder andere voor zorgen dat auto’s toenemend uit de binnenstad worden geweerd, dat er meer fietspaden, fietsstroken en fietstrajecten komen en dat bovenal de veiligheid in het verkeer drastisch wordt verbeterd.

Een pilootproject is sinds enkele maanden in de populaire Bergmannstraße in Kreuzberg te bewonderen. Deze straat werd als zogenoemd ontmoetingspunt uitgekozen, met als gevolg dat de straat met groene punten werd beschilderd (om aan te geven dat er hier iets aan de hand is), het aantal parkeerplaatsen werd gereduceerd en in plaats daarvan kwamen er gezellig bedoelde zitjes, zoals u ze hierboven ziet. De meeste Berlijners vonden het maar niks en ik geloof ook niet dat zulk soort speldenprikken noemenswaardig tot een oplossing kunnen bijdragen.

Om de doelstelling “verhoogde verkeersveiligheid” te verduidelijken gebruikt de stad het begrip Vision Zero, wat inhoudt dat het aantal (fiets-)verkeersdoden op middellange termijn naar nul moet dalen. Maar zoals de vroegere bondskanselier Helmut Schmidt al zei: “wie visioenen heeft moet een afspraak met de oogarts maken”. Om het gestelde doel daadwerkelijk te bereiken is vooral een mentaliteitsverandering noodzakelijk en dat kan nog erg lang duren.

video

Wat je na een jaar Mobilitätsgesetz vooral ziet is een aantal nieuwe fietsstroken en enkele daarvan hebben door middel van een soort amsterdammertjes zelfs een afscherming tegen het autoverkeer gekregen. Hierboven ziet u een voorbeeld uit Kreuzberg, waar langs de Hasenheide onlangs zo’n fietsstrook 2.0 werd vrijgegeven. Weliswaar zijn er nog enkele struikelblokken, maar een begin is er.

De tot nu toe gebruikelijke donkerrode kleur heeft hier al plaatsgemaakt voor het nieuwe verkeersgroen (zo heet deze kleur werkelijk!) en het is de bedoeling dat al bestaande fietsstroken eveneens een likje groene verf zullen krijgen. Maar voorlopig blijft het bij in totaal zo’n 20 km: na een evaluatieproces van vijf jaar (!) valt er dan een definitief besluit. Deze website verraadt waar de groene fietsstroken zijn te vinden en vertelt u meer over de projecten die Berlijn verder nog in petto heeft. Hierboven ziet u een stukje van de Katzbachstraße in Kreuzberg, die als één van de allereerste straten met zo’n groene strook werd verrast. Erg vertrouwenwekkend ziet het er weliswaar niet uit, maar voor Berlijn is het eigenlijk wel een grote stap.

En hier is te zien dat er inmiddels ook een begin is gemaakt op de drukke en gevaarlijke Karl-Marx-Straße in Neuköln. Ik doe nu weliswaar een beetje badinerend over de plannen die de stad Berlijn heeft, maar als fietser heb ik natuurlijk wel veel sympathie voor deze nieuwe wet. Berlijn is overigens de eerste stad die in Duitsland met een dergelijk plan komt. Behalve de nodige scepsis bij grote delen van de Berlijners zelf heeft de nieuwe wet echter te kampen met het feit dat de realisatie van de verschillende projecten veel langer zal gaan duren dan oorspronkelijk was gepland. En dat heeft dan weer alles te maken met één van de grootste euvels die de stad kent: de bureaucratie.

Een voorbeeld: hierboven ziet u een overzicht van de elf geplande fietssnelwegen, dwars door de stad. Prima idee natuurlijk, maar het gaat nog erg lang duren voordat het gerealiseerd zal zijn. De planning loopt voorlopig nog tot 2022 (!) en de eerste snelweg wordt niet voor 2024 verwacht. Je mag er dan ook van uit gaan dat het hele project zo’n tien jaar in beslag zal nemen. Een jaar na de aanname van het Mobilitätsgesetz heeft het aanvankelijke enthousiasme dan ook plaatsgemaakt voor teleurstelling: het duurt allemaal veel te lang, ook al omdat er momenteel te weinig personeel is om alle plannen uit te voeren.

Nog een voorbeeld: de drukke Konstanzer Straße, die de Kurfürstendamm met de Hohenzollerndamm verbindt, kreeg enige tijd geleden een grote opknapbeurt. Op de foto (weinig verkeer omdat die op een vroege zondagmorgen werd gemaakt!) ziet u hoe het asfalt met een nieuwe glans straalt – en er zijn maar liefst vier rijstroken plus een parkeerstrook: mijn liefje, wat wil je nog meer! Wat je op de foto echter tevergeefs zoekt zijn fietspaden of fietsstroken. Die zijn er namelijk niet. Als je navraagt, luidt het antwoord dat “de planning al was afgesloten”. Echt een antwoord van likmevestje, als je het mij vraagt.

Een extra verkeersprobleem wordt veroorzaakt door het feit dat Berlijn zo populair is en het aantal toeristen van jaar tot jaar steeds verder toeneemt. Hierdoor is het aanbod aan huurfietsen in de stad enorm gestegen: Nextbike, Uber en hoe ze allemaal heten hebben het gat in de markt tijdig ontdekt. Dat zou op zich natuurlijk prima zijn, ware het niet dat veel toeristen het fietsen maar matig beheersen – om het vriendelijk uit te drukken. Dat leidt vaak tot hachelijke situaties en niet zelden tot ongelukken. Ik vermoed dat Amsterdam en andere steden in Nederland met hetzelfde probleem te kampen zullen hebben.

Sinds deze zomer is er een nieuw vervoersmiddel bij gekomen: de zogenoemde E-Roller of E-Scooter. De stad was aanvankelijk van plan deze elektrische tweewielers op voetpaden en trottoirs toe te laten, maar is gelukkig nog net op tijd teruggekomen van dit onzalige idee. Ook hier geldt dat veel gebruikers hun vehikel niet echt in hun macht hebben, er vaak met zijn tweeën op gaan staan en er ondanks het verbod toch mee over de stoep rijden. De maximumsnelheid ligt bij 20 km, maar in de praktijk gaan ze een stuk sneller. En omdat ze totaal geluidloos zijn lijkt de snelheid nog hoger te liggen. Binnen de kortste keren is het fenomeen E-Roller hierdoor één van de meest besproken thema’s van deze zomer geworden.

Na dit uitstapje over de huidige verkeerssituatie in Berlijn weer terug naar het eigenlijke onderwerp van dit verhaal: jubilea en herdenkingen in 2019. Dertig jaar geleden vierde de DDR haar veertigste verjaardag en het zou ook de laatste zijn, want na een roerige herfst viel de Berlijnse Muur op 9 november 1989 en nog geen jaar later waren de beide Duitslanden herenigd. De spectaculaire gebeurtenissen van 30 jaar geleden worden uiteraard op passende wijze herdacht: op deze website vindt u een uitgebreid overzicht van alle evenementen. En het zijn er nogal wat: de website vermeldt er meer dan 100, waaronder een gratis concert van de Berliner Philharmoniker op 24 augustus bij het Brandenburger Tor. Daarbij moet wel worden aangetekend dat enkele evenementen in feite al bestaande exposities zijn.

Ik woonde in 1989 al in (West-)Berlijn en heb de ontwikkelingen uit die tijd van dichtbij meegemaakt. Voor mijn werk bij een internationale uitgeverij was ik vrij vaak in Oost-Berlijn en het feit dat ik een Nederlandse pas had was in dit geval een groot voordeel. Immers, de echte West-Berlijners konden niet zomaar de grens passeren: daarvoor was een speciaal document nodig dat in perfecte ambtenarentaal een Berechtigungsschein zum Empfang eines Visums der DDR werd genoemd. Deze gold pas vanaf 1972: tussen 1961 en 1972 was het voor West-Berlijners niet of nauwelijks mogelijk Oost-Berlijn te bezoeken. En ook vanaf 1972 was er van een spontaan bezoekje geen sprake, want de behandeling van de aanvraag voor zo’n pasje duurde altijd enkele dagen. Daar had ik dus allemaal geen last van. Als buitenlander had ik overigens twee mogelijkheden de grens tussen West en Oost te passeren: in het station Friedrichstraße of via het beroemde Checkpoint Charlie.

De verjaardag van de DDR was op 7 oktober en in 1989 was de sfeer in Oost-Berlijn juist op die dag erg gespannen, onder andere vanwege het feit dat de Russische leider Michael Gorbatsjov bij de feestelijkheden aanwezig was. Hij was uitermate populair bij de Oost-Duitse bevolking, die hoopte dat hij de sleutel tot veranderingen zou zijn – wat achteraf een juiste inschatting bleek te zijn. De leiding van de DDR was des te nerveuzer en er werden al dagenlang geen visa meer voor bezoekers uit het westen verstrekt. Dat gold ook voor buitenlandse toeristen, die normaal gesproken met een visum de grens over konden dat tot middernacht geldig was. Ik had dank zij mijn werk inmiddels een permanent visum in mijn pas en kon op 7 oktober dus zonder problemen naar Oost-Berlijn – wat ik uiteraard ook heb gedaan.

Elke zes maanden kreeg ik van de Oost-Duitse autoriteiten een uitnodiging voor een nieuw stempel in mijn pas. De uitnodiging voor het tweede halfjaar van 1990 heb ik bewaard: die had ik namelijk niet meer nodig, omdat de grens tussen West- en Oost-Berlijn juist vanaf 1 juli 1990 zonder controle kon worden overgestoken – hoewel de definitieve hereniging pas drie maanden later een feit was: op 3 oktober 1990.

Ook de volgende dag, 8 oktober 1989, was ik in Oost-Berlijn en dat kwam zo: de moeder van een in West-Berlijn wonende Engelse vriendin van mij maakte juist die week met een Britse groep vakbondsleden een rondreis door de DDR en zou op 8 oktober in Oost-Berlijn zijn. Al weken van tevoren hadden moeder en dochter afgesproken elkaar in een bepaald restaurant op de boulevard Unter den Linden te ontmoeten. Die afspraak dreigde in het water te vallen omdat er ook op die dag geen visa werden verstrekt. Maar dank zij het visum in mijn pas en met veel goede woorden mocht mijn Engelse vriendin samen met mij uiteindelijk dan toch de grens over: ik vermoed dat wij die dag nagenoeg de enigen waren.

Er hing een onrustige, onduidelijke sfeer in de stad en we hadden ons eigenlijk moeten realiseren dat er met name in het centrum enorm veel politie in burger op de been was om eventuele demonstraties onmiddellijk de kop in te drukken. Wij schatten de situatie echter een stuk onschuldiger in dan ze in feite was en zijn doodgemoedereerd gaan eten in het chique restaurant Zur goldenen Gans in het nog chiquere Grand Hotel in de Friedrichstraße, dat twee jaren tevoren zijn poorten had geopend. De rekening van het diner op die historisch gezien bijzondere avond heb ik altijd bewaard: deze moest overigens in DM worden voldaan. En nu ik er nog eens naar kijk vind ik het best wel een pittig bedrag voor drie personen!

Het Grand Hotel bestaat nog steeds en ook de imposante trap in de achthoekige ontvangsthal is er uiteraard nog. Het hotel werd overigens niet door een Kombinat (de DDR verzamelnaam voor industriebedrijven), maar door een Japans consortium gebouwd. Er schijnen weliswaar wat problemen bij de levering van bouw- en ander materiaal te zijn geweest (zo vertelde mij iemand die het kon weten dat de gloeilampen pas op de allerlaatste dag voor de opening arriveerden), maar het resultaat kan zich laten zien: mooie, grote kamers, veel luxe alsmede een uitstekende service. En de prijzen zijn nog net zo gepeperd als 30 jaar geleden!

Hierboven ziet u een foto van vijf jaar geleden toen een lange rij verlichte heliumballons de 15 km lange grens tussen Oost- en West-Berlijn markeerde. De al genoemde website voor dit jubileumjaar laat zien dat de feestelijkheden ter herdenking aan die spannende dagen van 1989 deze keer in een groot festival zullen culmineren, dat van 4 tot 10 november zal plaatsvinden. Iets om naar uit te kijken! Ten slotte: ook al is de teneur van mijn verhaaltje dit keer wellicht wat negatief bij u overgekomen, toch blijft Berlijn natuurlijk mijn favoriete stad – ondanks zijn onmiskenbare minpuntjes. Of misschien ook wel dankzij?

 

Dit bericht is geplaatst in nieuwe verhalen met de tags , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.