Berlijn en zijn spionnen

Er is in de loop der jaren een groot aantal films over Berlijn gemaakt: oorlogsfilms, documentaires, drama’s en komedies. Der Himmel über Berlin, Good Bye Lenin, One Two Three, Christiane F, Berlin Alexanderplatz, M – Eine Stadt sucht einen Mörder, om er maar een paar te noemen. Maar veel films die in Berlijn spelen hebben de wereld van inlichtingendiensten, Koude Oorlog, geheime codes, verraad en dubbelspel – kortom de wereld der spionage – als onderwerp.

Ook de beroemdste aller geheime agenten was hier al eens aan het werk: in de film Octopussy moet James Bond het ondere andere in Berlijn opnemen tegen al weer zo’n waanzinnige die de wereld wil vernietigen. Vermoedelijk kent u ook wel de grotendeels in Berlijn spelende spionagefilm Bourne Supremacy of het beklemmende Das Leben der Anderen. Maar de spionagefilm par excellence is en blijft voor mij toch wel The Spy Who Came In From The Cold met de onvergetelijke Richard Burton.

Waarom ik u dit allemaal vertel? Dat heeft onder meer te maken met de nieuwe film van Steven Spielberg, die met Bridge of Spies een Koude Oorlog geschiedenis vertelt die niet alleen uitermate spannend is, maar die bovendien op ware gegevens is gebaseerd. De titel van de film verwijst naar de Glienicker Brücke die op de grens tussen Berlijn en Potsdam ligt en een cruciale rol in het verhaal speelt.

Op deze brug werden in totaal drie keer spionnen tussen Oost en West uitgewisseld. De eerste keer was in 1962 toen de Russische, in Engeland geboren, spion Rudolf Abel de normaal hermetisch gesloten brug van west naar oost (politisch gezien althans) overstak en de Amerikaanse piloot Gary Powers dat in omgekeerde richting deed. Geografisch bekeken liep Abel natuurlijk van oost naar west en Powers van west naar oost. Powers was begin jaren 60 tijdens een spionagevlucht boven de Sovjet Unie neergeschoten, maar kon zich met zijn schietstoel redden.

De Spielberg film speelt in die tijd en de uitwisseling van de beide spionnen op de Glienicker Brücke is de apotheose van het verhaal. Op de film is weliswaar het één en ander af te dingen: eigenlijk komen alleen de karakters van Rudolf Abel en diens advocaat (gespeeld door Tom Hanks) goed uit de verf en het verhaal is af en toe nogal theatraal, maar Spielberg slaagt er wel in een levensecht beeld van het Berlijn van die dagen neer te zetten.

De Glienicker Brücke werd in de DDR overigens Brücke der Einheit genoemd – wat natuurlijk nogal cynisch aandoet, omdat hier tientallen jaren lang de deling van Duitsland tentoon werd gespreid. Aan de oostzijde van de brug eindigt de stad Berlijn (ten tijde van de Berlijnse Muur dus in feite West-Berlijn), aan de westkant begint Potsdam, de hoofdstad van de deelstaat Brandenburg. Bij de rondvaartboten die hier van West-Berlijnse kant verkeerden werd er tot 1990 angstvallig op gelet dat men niet in de territoriale wateren van de DDR belandde: men moest de Glienicker Brücke te allen tijde links van het midden aanhouden en vlak achter de brug keerde men dan abrupt om omdat hier Berlijn ophield en Babelsberg begon (zie witte pijl).

Maar de belangrijkste reden dat dit verhaaltje de titel Berlijn en zijn spionnen heeft gekregen is het feit dat Berlijn sinds kort een heus spionage museum rijk is: in september 2015 opende namelijk het Spy Museum Berlin zijn poorten. Ik heb hier onlangs een paar uurtjes rondgekeken en mag constateren dat Berlijn er alweer een nieuwe attractie bij heeft.

video

Het museum is te vinden op de Leipziger Platz, vlakbij de Potsdamer Platz. Dit is echt hartje Berlijn en daarom gemakkelijk met het openbaar vervoer te bereiken (met de S-Bahn (lijnen 1 en 2), de U-Bahn (lijn 2) of met de bus (lijn 200, die tussen Zoologischer Garten en Prenzlauer Berg verkeert, en lijn M41, die tussen Neukölln en Hauptbahnhof rijdt). Het is nauwelijks meer voor te stellen dat dit gedeelte van Berlijn vele jaren een soort niemandsland was, dat voor Oost-Berlijners onbereikbaar was en dat de West-Berlijners links lieten liggen. De eerste jaren na de Wiedervereinigung was het de grootste bouwput van Europa en tegenwoordig bepalen de Bahn-Tower, het Sony Center en diverse theaters en bioscopen de aanblik van het plein en de directe omgeving.

Eén van die theaters ist het Stage Theater van Joop van den Ende. Vijf jaar lang liep hier de musical Hinterm Horizont over het leven van de Duitse rockzanger Udo Lindenberg en eigenlijk verwachtte men dit jaar de aankondiging van een nieuwe musical. Maar in plaats hiervan kwam onlangs de toch wel verrassende mededeling dat het theater nog dit jaar zal worden gesloten. Wat is er gebeurd? Joop van den Ende verkocht in 2015 de meerderheid in zijn bedrijf Stage Entertainment aan een internationale investeringsmaatschappij en zoals te doen gebruikelijk in zo’n geval wordt het rendement dan tot maatstaf aller dingen verheven. Jammer, maar helaas.

De Leipziger Platz ligt eigenlijk tegen de Potsdamer Platz aan en wordt doorsneden door de Leipziger Straße, waar het nieuwe winkelparadijs de Mall of Berlin is te vinden. Ik had hierover in dit verhaaltje al eens wat geschreven. Vlak naast het Spy Museum heeft overigens de Dali expositie na enige omzwervingen zijn domicilie gevonden. Op de foto hierboven ziet u rechts onderaan nog net de markering die de vroegere grens tussen Oost- en West-Berlijn aanduidt.

Je kunt gerust zeggen dat het Spy Museum een multimediaal georiënteerd museum is, met honderden monitoren en computers, zo’n 20 laserprojectors, veel eigen filmmateriaal en interactieve componenten. Op een oppervlakte van ruim 3,000 m² worden rond 1.000 museumsstukken gepresenteerd, daaronder een originele Enigma (de codeermachine die de Duitsers tijdens de Tweede Wereldoorlog inzetten en die uiteindelijk door de geniale Britse wiskundige en computerexpert Alan Turing werd ontsleuteld).

De nadruk ligt op de spionage in Duitsland, waarover uiteraard het nodige valt te vertellen: de Tweede Wereldoorlog en vooral ook de Koude Oorlog bieden hiervoor meer dan genoeg stof. Verder vindt u hier informatie over de Rote Armee Fraktion en haar verbindingen naar de DDR in de jaren 70 en 80.

Maar ook onze eigen Mati Hari en de Nederlands/Britse dubbelspion George Blake worden geportretteerd. Natuurlijk mag ook James Bond niet ontbreken, al wordt er naar mijn smaak wel erg veel aandacht aan hem geschonken.

Bovendien wil het museum ook interactief zijn, getuige objecten als een paswoordkraker, een do-it-yourself codeermachine en een laserparcours. Het is daarom in ieder geval een tentoonstelling die ook kinderen (vanaf een jaar of tien) zal aanspreken. Dat geldt bepaald niet voor het hier al eens beschreven Stasimuseum in Lichtenberg, waar op indringende wijze de geschiedenis van de Oost-Duitse Staatssicherheit en zijn vele informanten uit de doeken wordt gedaan. De sfeer is hier totaal anders en er wordt bepaald niet de Edutainment geboden waarmee het Spy Museum zichzelf graag afficheert. Mocht u beide musea op één dag willen bezoeken dan is dat niet al te ingewikkeld: vanaf de Potsdamer Platz neemt u de U-Bahn lijn 2 (richting Pankow) tot Alexanderplatz, waar u overstapt op lijn 5 richting Hönow (uitstappen bij Magdalenenstrasse).

Het Spy Museum heeft een eigen winkeltje, waar voornamelijk boeken en dvd’s worden aangeboden die zich met het thema spionage bezighouden, alsmede een aangrenzende coffeeshop. Het interieur sluit aardig op de sfeer van het museum aan, de koffie is goed en het personeel draagt uiteraard T-shirts met de tekst I spy with my little eye. Het enige dat tegen het museum spreekt zijn de prijzen: de toegang bedraagt 18 euro en een kop koffie bijna 4 euro. Dat is bepaald te veel, ook al zijn we midden in het centrum van de stad.

We gaan nog even terug naar de Glienicker Brücke, want dit is niet alleen vanwege de spionageverhalen een interessant stukje Berlijn. Hier is ook het Glienicker Park (eigenlijk: Park Klein-Glienicke) met het Schloss Glienicke te vinden, die beide uit de eerste helft van de 19e eeuw stammen. Op de foto hierboven ziet u het Schloss vanaf de zuidkant. Het park werd ontworpen door de beroemde landschapsarchitect Peter Joseph Lenné, die precies 200 jaar geleden zijn plannen voor de vormgeving van het park op tafel legde. Bovendien wordt dit jaar zijn 150e sterfdag herdacht.

Dit is voor de stad Berlijn reden genoeg 2016 tot Lenné-jaar uit te roepen en er zullen de komende maanden dus de nodige herdenkingen plaatsvinden. Lenné heeft inmiddels zelfs een eigen website gekregen, die u de nodige informatie geeft over zijn leven en werk alsook over de voor dit jaar geplande manifestaties. Maar daarmee niet genoeg: er is sinds kort ook een Lenné-App beschikbaar, zowel voor iOS als voor Android. Bovendien noemt de Australische website Traveller het Lenné-jaar in Berlijn één van de 16 belangrijkste reisdoelen ter wereld voor het jaar 2016.

De Lenné-App is trouwens best geslaagd: weliswaar wordt voorlopig alleen Glienicke uitvoerig gepresenteerd (met een routebeschrijving, achtergrondinformatie en een quiz), maar ook andere door Lenné aangelegde parken zullen de komende tijd worden opgenomen – daaronder het park van Schloss Charlottenburg (een must see voor iedere Berlijnbezoeker) en de Tiergarten.

Het Schloss Glienicke is jammer genoeg alleen in de maanden april-october geopend (dinsdag t/m zondag), maar ook in de wintermaanden is een bezoek aan het Glienicker Park de moeite waard: vooral als er net zo’n pak sneeuw ligt als toen ik hier onlangs een kijkje nam. Naast de villa ligt het stijlvolle restaurant Remise dat door het bekende gastronomiebedrijf Lutter & Wegner (dat u ook op de Gendarmenmarkt vindt) wordt gerund.

Het hele jaar door (dus ook tijdens de wintermaanden) worden in de weekenden in Schloss Glienicke klassieke concerten georganiseerd en rondleidingen aangeboden. Maar u kunt hier natuurlijk ook op eigen houtje ronddwalen en de speciale, Italiaans aandoende sfeer die het park ademt in u opnemen. Glienicke behoort tot de mooiste plekjes van Berlijn en is bovendien goed te combineren met een bezoek aan Potsdam, dat op slechts een steenworp hier vandaan ligt.

Als u met het openbaar vervoer komt, neemt u het beste de S-Bahn naar station Wannsee. Hiervandaan rijdt bus 316 over de Königstrasse naar de Glienicker Brücke. Onderweg komt u langs het Düppeler Forst, waarachter zich aan de noordzijde uitspanningen zoals Nikolskoe, Moorlake en het Wirtshaus zur Pfaueninsel verbergen. Daarover een volgende keer meer, als de winter voorbij is.

Vorig jaar is bij uitgeverij Hollands Diep onder de titel Duitsland, Biografie van een natie de Nederlandse vertaling van het monumentale werk van Neil MacGregor Memories of a Nation verschenen. Dit boek raad ik iedereen van harte aan die zich voor de Duitse en Berlijnse geschiedenis interesseert. De auteur is afkomstig uit Glasgow en was onder meer directeur van de National Gallery en het British Museum, beide in Londen. Voorts was hij de maker van het ambitieuze en zeer succesvolle BBC radioprogramma uit 2010 A History of the World in 100 Objects. De 100 uitzendingen waarin MacGregor de geschiedenis van de mensheid aan de hand van 100 voorwerpen uit het British Museum de revue laat passeren kunt u hier beluisteren en downloaden.

In 2014 maakte MacGregor dan het radioprogramma Germany: Memories of a Nation dat in 30 etappes de geschiedenis van Duitsland belicht. Opvallend daarbij is het feit dat het eerste deel de titel Het uitzicht van de Brandenburger Tor heeft gekregen. Ook van deze serie zijn alle programma’s als podcast te beluisteren en te downloaden: u vindt de steeds rond een kwartier durende uitzendingen op deze BBC website. Het bijbehorende boek is in dezelfde 30 etappes als het radioprogramma ingedeeld en vormt op die manier een ideaal naslagwerk. Neil MacGregor heeft een erg prettige stem (voor mijn oren enigszins vergelijkbaar met die van David Attenborough, de fameuze maker van natuurfilms) en zijn Engels is uitermate verzorgd en goed verstaanbaar.

Hij heeft duidelijk een faible voor Duitsland (en voor Berlijn in het bijzonder) en spreekt Duits. Ik vermeld deze Neil MacGregor hier nogal uitvoerig, omdat hij inmiddels zijn baan als directeur van het British Museum heeft opgezegd, en toekomstig het zich nog steeds in bouw bevindende Humboldt-Forum conceptioneel op de been zal proberen te helpen.

Over dit museum heb ik hier al eens het één en ander geschreven. Helaas is dit ook weer zo’n Berlijns project dat maar moeizaam van de grond komt, al zijn de problemen gelukkig lang niet zo groot als die van het nieuwe vliegveld van Berlijn. De opening van het Berliner Stadtschloss, waarin het Humboldt-Forum zal worden ondergebracht, is voor eind 2019 gepland. De tijd zal het leren of deze doelstelling kan worden gehaald: ik houd u in ieder geval op de hoogte.

Dit is weliswaar geen boekenrubriek, maar er is nog een publicatie die ik graag onder uw aandacht wil brengen. De titel is Verlassene Orte/Abandoned Berlin en het boek werd geschreven door de in Berlijn levende Ierse journalist Ciarán Fahey. Het is in de eerste plaats een kijkboek: rond 200 uitermate fraaie foto’s geven een beeld van ruïnes en historische overblijfselen in en rond Berlijn. De uitgeverij waar dit werk onlangs is verschenen heet be.bra verlag (afkorting voor Berlin.Brandenburg) en het ISBN is 978-3-8148-0208-4. Een voorproefje van Fahey’s kunnen vindt u op zijn website, die door de gerenommeerde Britse krant The Guardian als één van ‘s werelds beste stedenblogs (en de enige uit Duitsland) wordt beschouwd.

Eén van de thema’s in het boek is uiteraard het wonderlijke Spreepark in de wijk Plänterwald, waarover ik hier al eens iets heb geschreven. Dit voormalige DDR-amusementspark werd 15 jaar geleden gesloten en sindsdien goeddeels aan zijn lot overgelaten, wat tot omgevallen dinosaurussen, een verrot reuzenrad en een overwoekerd terrein leidde. Maar er is nieuws: de stad Berlijn heeft het park per 1 januari 2016 overgenomen en is van plan er een nieuwe bestemming aan te geven. Het enige dat op dit moment vaststaat is dat het reuzenrad in zijn oude glorie zal worden hersteld.

De gemeentelijke Grün Berlin groep heeft de opdracht gekregen plannen voor een wederopbouw van het Spreepark uit te werken. Dat stemt hoopvol, want deze groep heeft zijn sporen al verdiend bij de (her)aanleg van onder andere het Park am Gleisdreieck, het Naturpark-Südgelände en de Gärten der Welt in de wijk Marzahn. Over alle drie heb ik al eens wat geschreven en alle drie zijn de moeite van een bezoek meer dan waard. Voor de goede orde: ook deze beide foto’s van het Spreepark zijn door mij gemaakt en niet door Ciarán Fahey. Maar dat had u natuurlijk allang gezien!

Als u deze website al eens eerder hebt bezoekt weet u vermoedelijk dat ik eerder een fiets- dan een autofan ben. Berlijn is nog lang geen fietsvriendelijke stad, maar is wel op de goede weg. Het aantal fietswegen en fietsstroken groeit en steeds meer Berlijners nemen de fiets in plaats van de auto. Bovendien heeft Berlijn relatief gezien weinig auto’s: zo’n 330 per 1.000 inwoners, wat veel minder is dan in andere Duitse steden zoals Dortmund of München. Toch zijn de voorzieningen voor fietsers in Berlijn nog steeds het beste als vrij abominabel te omschrijven en in het geheel niet met die in Nederland te vergelijken.

De beide bovenstaande foto’s zijn op het zelfde punt opgenomen en bijna identiek. Maar niet helemaal! Een groepje mensen is op het lumineuze idee gekomen de onbenutte ruimte onder het traject van U-Bahn lijn 1 zinvol te gebruiken door hier een fietsroute aan te leggen. Deze zou dan verlopen van het station Zoologischer Garten, via het al genoemde Park am Gleisdreck, Hallesches Tor en Kottbusser Tor naar eindstation Warschauer Straße. Een ritje van rond 9 km dwars door het centrum met twee enorme voordelen voor fietsend Berlijn: geen last meer van autoverkeer en het traject is ook nog eens overdekt! Bovendien gaat de veiligheid er met sprongen op vooruit, vooral daar waar momenteel nog helemaal geen fietspaden zijn – zoals in de Bülowstraße en de Skalitzer Straße.

Tot de initiatiefnemers behoren architecten, stadsontwikkelaars en ondernemers. Zij claimen dat rond 80% van de route in feite al beschikbaar is en dat de overige 20% met de juiste wil en middelen zonder al te grote problemen is te verwerkelijken. Ik heb de route eens afgereden (op de fiets uiteraard) en denk dat ze gelijk hebben. Er moet natuurlijk nog heel wat gebeuren voor het zo ver is, maar het project is zeker te doen. Eén van de grootste problemen zullen vermoedelijk de protesten zijn van automobilisten die van hun lief gewonnen parkeerplaatsen onder de U-Bahn afstand zullen moeten doen.

Het is nog onduidelijk of en hoe het plan gerealiseerd zal worden. De senaat (dat wil zeggen burgemeester en wethouders) van Berlijn is sceptisch, maar heeft wel geld uitgetrokken om de haalbaarheid van het project te onderzoeken. De website geeft een goed beeld van de Radbahn Berlin, zoals de route werd gedoopt en noemt niet alleen de positieve kanten, maar ook de verschillende problemen waarvoor nog oplossingen moeten worden gevonden. Er zal dus ongetwijfeld nog heel wat water door de Spree stromen voordat de route in gebruik kan worden genomen, al heb ik goede hoop dat dat niet heel veel later (en wellicht zelfs eerder) dan de opening van ons onvolprezen vliegveld zal zijn. Daar staat de teller momenteel bij eind 2017, maar er zijn al mensen die hun geld op 2018 hebben gezet.

Dit bericht is geplaatst in nieuwe verhalen met de tags , , , , , , , , , , , , , , , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.