
Hierboven ziet u een foto die midden in Kreuzberg is opgenomen. Veel groen, mooie huizen: een beeld dat niet zo heel vaak met Kreuzberg wordt geassocieerd. Daarover later meer.
download route als GPX download route als KML
Want eerst wil ik u meenemen naar een heel ander, minder bekend stukje Berlijn: Stralau. Daartoe heb ik een niet al te lange fietstocht uitgezet (ca. 15 km) die ons door Stralau voert, een landtong in de rivier de Spree, die met zijn punt naar het Plänterwald wijst. Over dat Plänterwald heb ik het hier al eens vrij uitvoerig gehad en daar wil ik in dit verhaaltje nog het een en ander aan toevoegen.

We beginnen de tocht vanaf het S-Bahnstation Sonnenallee, dat aan de bekende ringlijn ligt, waaraan ik in een recent verleden hier een uitgebreid verhaal heb gewijd. Dankzij die ringlijn is het station van overal in Berlijn vrij eenvoudig te bereiken. De Sonnenallee zelf is niet bepaald een toeristische trekpleister, maar zo komen we het snelst bij de eigenlijke route en bovendien zien we dan ook nog even het bekende hotel Estrel en de gloednieuwe Estrel Tower, die binnenkort (eind 2026, maar in Berlijn weet je het maar nooit) feestelijk in gebruik zal worden genomen. Net als het Hotel Estrel biedt de Tower niet alleen veel hotelkamers (beide locaties samen komen op bijna 2.000 kamers) en kantoorruimte, maar ook bijna 4.000 m² voor conferenties en evenementen. Met een hoogte van 176 meter is de Tower nu het op twee na hoogste gebouw van Berlijn – na de Fernsehturm op de Alexanderplatz en de Fernmeldeturm op de Schäferberg nabij de Wannsee.

Kort nadat we de Estrel Tower zijn gepasseerd, slaan we linksaf en nemen de Dammweg. Hier ziet u links en rechts veel volkstuinen, die in het Duits Schrebergärten worden genoemd (naar een Duitse arts uit de 19e eeuw die op het belang van frisse lucht en de vrije natuur hamerde) en die namen hebben als Grüne Oase, Sonnenblick of, zoals hier, Vogelsang. Volkstuinen zijn uitermate populair in Berlijn en er zijn daarom lange wachtlijsten (tot wel tien jaar), ook al omdat er in de stad, ondanks heftige protesten, de laatste jaren steeds meer volkstuincomplexen zijn verdwenen. Links op de foto is een bord te zien met het opschrift Lehrpfad. Dat is een soort wandelroute, waarbij onderweg op leerzame – maar vaak ook wel enigszins belerende – wijze op de bezienswaardigheden wordt gewezen die de natuur te bieden heeft. In Berlijn zijn er vele tientallen te vinden, hier vindt u een kleine selectie.

We vervolgen onze weg en steken de drukke Kiefholzstraße over, daarna de Köpenicker Landstraße (met de vermoedelijk slechtste fietspaden van heel Berlijn) en tot slot nog de Neue Krugallee. En opeens hebben we de stad achter ons gelaten en bevinden we ons in een bos: het roemruchte Plänterwald. We komen langs de bekende Plansche, een grote waterspeelplaats, die vooral voor de allerkleinsten een waar feest is.

Maar met de naam Plänterwald is niet zozeer het bos als wel het vroegere attractiepark verbonden, waarover ik in het verleden hier en hier uitvoerig verslag heb gedaan. Het was ooit het grootste in zijn soort in de voormalige DDR, maar sinds de jaren negentig ging het alleen nog maar bergafwaarts – totdat het in 2002 definitief werd gesloten. Sinds 2016 wordt het attractiepark gerenoveerd, en dit jaar (2026) zou het weer in zijn oude luister moeten zijn hersteld. Zes jaar geleden (in het coronajaar 2020) schreef ik letterlijk het volgende: “Je mag er best aan twijfelen of de opening in 2026 daadwerkelijk zal worden gehaald” en helaas is mijn vrees bewaarheid geworden.

Op de foto ziet u het uit de 19e eeuw stammende Eierhäuschen dat na jarenlange renovatiewerkzaamheden (kosten: rond 16 miljoen euro) weliswaar begin 2024 kon worden heropend, maar het restaurant moest al eind 2025 voorlopig weer worden gesloten. Ondanks de onmiskenbare charme van het gebouw en de roemrijke geschiedenis; te weinig gasten, faillissement. Het Eierhäuschen was in feite het startpunt van het park (inmiddels Spreepark geheten) en hier komt uiteindelijk ook de nieuwe hoofdingang.

De geplande heropening van het park in 2026 is inmiddels officieel van de baan: men mikt momenteel op ‘waarschijnlijk 2027’ – maar dat soort tijdsaanduidingen zijn in Berlijn altijd met een grote korrel zout te nemen. Voorlopig lijkt het met de geplande kunsthal niet echt op te schieten en ook het reuzenrad staat nog niet overeind. Maar op de website waar men de bouw kan volgen is men toch wel enigszins optimistisch. Wordt vervolgd!

We fietsen nu verder in noordwestelijke richting, steeds met de Spree aan onze rechterkant, en buigen vervolgens om het nog met een hek afgesloten Spreepark heen. Dan zijn we al snel bij het bekende restaurantschip Klipper, een aan het eind van de 19e eeuw in Nederland gebouwd zeilschip, en kort daarop bij de brug die naar het bezienswaardige Insel der Jugend leidt, waarover ik het hier al eens heb gehad.

Aan de linkerkant zien we dan het bekende Haus Zenner met zijn grote Biergarten. Het in classicistische stijl gebouwde huis is inmiddels meer dan 200 jaar oud en biedt ruimte voor tentoonstellingen, concerten, workshops en andere evenementen.

Vervolgens rijden we richting Treptower Hafenpromenade, waar veel cafeetjes en restaurantjes zijn te vinden. Aan het eind van de promenade voert de weg links naar het S-Bahnstation Treptower Park, dat aan de ringlijn ligt, maar wij slaan rechtsaf richting Parkwegbrücke.

Vanaf die brug heeft u een fraai uitzicht op de Spree. Ook in Duitsland werd de zomer van 2026 gekenmerkt door grote droogte en het waterpeil van de Spree zakte langzaam maar zeker naar een ongekend laag punt. Berlijn is voor zijn drinkwater voor een groot deel afhankelijk van het grondwater en de daling van de waterstand van Spree en Havel was dan ook reden tot zorg. Deze keer is het nog met een sisser afgelopen, maar net als in Nederland is ook hier duidelijk geworden dat we een probleem hebben dat voorlopig nog niet is opgelost.

Als we verder stroomopwaarts rijden, zien we aan onze linkerhand enkele van de vele chique appartementsgebouwen die hier in de laatste jaren zijn ontstaan. Net als in Nederland zijn de huizenprijzen in Berlijn de laatste jaren door het dak gegaan, en flats en appartement direct aan het water zijn voor de meeste mensen al helemaal onbetaalbaar geworden.

Na de brug slaan we twee keer rechtsaf en daarna linksaf, zodat we vrij dicht langs de Spree in oostelijke richting verder kunnen fietsen. Tussendoor moeten we even uitwijken naar de hoofdstraat (Alt-Stralau), omdat de weg vlak langs het water op een gegeven moment eindigt. Na korte tijd zien we dan aan onze rechterhand de Dorfkirche van Stralau en de aangrenzende begraafplaats. Deze kerk stamt uit de 15e eeuw, maar heeft in de loop der tijd vele veranderingen meegemaakt: van de oorspronkelijke bouw zijn nog slechts enkele gedeeltes aanwezig. Begraafplaatsen zijn per definitie natuurlijk oases van rust, maar dat geldt voor deze wel heel in het bijzonder: er is geen verkeer, nauwelijks mensen en men heeft een mooi uitzicht op de rivier.

We bereiken nu het zuidoostelijkste puntje van Stralau: op de bovenstaande kaart helemaal rechts. Vanaf deze plek kunnen we een gedeelte zien van de route die we inmiddels achter ons hebben gelaten: rechts het Insel der Jugend en aan de overkant het toekomstige Spreepark.

We kunnen vanaf dit punt alleen nog maar omkeren en rijden via de noordkant van Stralau terug in noordwestelijke richting. Onderweg valt er nog wel het een en ander te bekijken: de blik op de beide mini-eilandjes Liebesinsel en Kratzbruch (beide beschermd natuurgebied), de vele exotische woonboten, de kleine Jachthafen Stralau, volgestopt met boten en bootjes, en enkele opmerkelijke gebouwen. Het gebouw op de foto rechts onderaan is een voormalige fabriek waarin palmpitolie (Palmkernöl) werd geproduceerd en opgeslagen. Het dateert uit het einde van de 19e eeuw en maakte deel uit van een industrieel complex op het schiereiland, dat tijdens de Tweede Wereldoorlog grotendeels werd vernietigd.

Tegenover deze vroegere fabriek herrees na de Duitse eenwording een modern woongebouw, dat mede door de Nederlandse architect Herman Hertzberger werd ontworpen. Opvallend is niet alleen het contrast met de oude fabriek, maar natuurlijk ook de dame die de bijbehorende binnenplaats lijkt te bewaken.

Aan het eind van de Uferweg maken we een grote bocht naar rechts om de noordzijde van de Rummelsburger See heen en rijden via de Paul-und-Paula-Ufer dan weer in zuidoostelijke richting verder. Dit stukje Berlijn heb ik in een grijs verleden weliswaar hier al eens beschreven, maar dat verhaaltje is inmiddels tamelijk stoffig geworden. Die Legende von Paul und Paula is een DDR-film uit het jaar 1973 – dus ten tijde van het IJzeren Gordijn en midden in de Koude Oorlog. De erg romantische film geeft de gevoelens van de meeste DDR-burgers uit die tijd uitstekend weer (verkort gezegd: “liefde is belangrijker dan socialisme”) en was juist om die reden een doorslaand succes. Angelica Domröse, de actrice die de vrouwelijke hoofdrol speelde, is helaas onlangs overleden.

We passeren nu Rummelsburg, waar zich vroeger de beruchte Gefängnis Rummelsburg bevond. Tijdens de nazitijd was dit een zogenoemd Arbeitshaus, waar mensen die niet in het beeld van de nazi’s pasten werden geïnterneerd (van wie velen later alsnog in concentratiekampen belandden). Na de Tweede Wereldoorlog werd het complex een gevangenis en met name in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw hebben hier veel DDR-dissidenten gevangen gezeten. Na de Duitse eenwording stond het complex lang leeg, maar inmiddels is hier een klein en vrij chique woonwijkje ontstaan. U ziet op een gegeven moment aan uw linkerhand vanzelf de hoge toren (de vroegere Wasserturm) en het is misschien wel aardig de route hier even te onderbreken en een kijkje in dit nieuwe wijkje te nemen.

En mocht u er toevallig net over nadenken om een pied-à-terre in Berlijn aan te schaffen: er is momenteel een woning in die vroegere toren te koop: hier te zien. De prijs ligt weliswaar bij zo’n slordige € 1.795.000, maar dan heb je ook wat! En mocht het optrekje binnenkort verkocht zijn ziet u hierboven een screenshot van deze website.

Kort daarop eindigt de weg langs de Rummelsburger See. We slaan daarom linksaf in de Gustav-Holzman-Straße en daarna rechtsaf in de Hauptstraße, die weldra in de Kopenicker Chaussee overgaat. Dit is een vrij drukke weg, maar er is gelukkig wel een fietspad. We passeren de vroegere Flussbadanstalt (een zwembad in de rivier), waarvan u hierboven één van de treurige resten ziet. Ooit was dit een ultramodern zwemcomplex van 50.000 m² met alle mogelijke comfort, een zandstrand, een verwarmd zwembekken en een springtoren van 10 meter. Het werd bijna een eeuw geleden geopend, maar sloot al aan het begin van de jaren 50 definitief zijn poorten. Een groep zwem- en cultuurliefhebbers probeert aan die tijd aan te knopen en wil het zwemmen in de rivier nieuw leven inblazen. Op hun website is te zien hoe het er hier 100 jaar geleden ongeveer aan toeging.

Het terrein ziet er vandaag de dag nogal troosteloos uit: een parkeerplaats voor bussen, opslagruimtes, kantoren. Een lichtpunt is het populaire restaurant Hafenküche, dat op zijn website een prachtige panoramafoto van de Rummelsburger See heeft geplaatst.

Het zwembekken van destijds werd verwarmd door het reusachtige Heizkraftwerk Klingenberg, dat aan beide kanten van de weg ligt en dat in dezelfde tijd als het zwembad is ontstaan. De gebouwen van deze warmtekrachtcentrale bevinden zich nog vrijwel in hun oorspronkelijke staat en vallen onder monumentenzorg. Honderd jaar geleden stond de centrale garant voor de stroomvoorziening van maar liefst twee derde van de stad Berlijn; tegenwoordig is de opgewekte stroom nog voldoende voor ongeveer 300.000 huishoudens.

We verlaten nu de hoofdstraat (die inmiddels Rummelsburger Landstraße heet) en slaan rechtsaf de Nalepastraße in. Hier bevindt zich het – je mag wel zeggen – majestueuze Funkhaus, al doet deze foto van de weg daarheen wellicht anders vermoeden.

Het Funkhaus werd vanaf 1951 opgebouwd op het terrein van een voormalige multiplex-houtfabriek en als omroepcentrale en opnamestudio ingericht. Al in 1952 kon de radio-omroep van de DDR met zijn uitzendingen beginnen. Het vooroorlogse Haus des Rundfunks bevond zich in de Britse zone van Berlijn, om precies te zijn aan de Masurenallee in de wijk Charlottenburg. Hier resideert sinds jaar en dag de Berlijnse radio- en televisiezender RBB, die ten tijde van de Koude Oorlog de naam SFB (voor Sender Freies Berlin) droeg. Tot aan het begin van de jaren 50 werden vanaf deze locatie ook nog uitzendingen voor de Sovjet-Sector (dus het vroegere Oost-Berlijn) gemaakt, totdat de Britten daar op een gegeven moment een stokje voor staken.

In de loop van de jaren 50 werd het Funkhaus verder uitgebreid en zo kwamen er steeds meer voorzieningen voor radio, hoorspelen en muziek – waaronder de Große Aufnahmesaal 1, die door zijn bijzondere akoestiek veel musici aantrok en nog steeds aantrekt. Hier ontstonden niet alleen opnamen van klassieke muziek (zoals de Staatskapelle Berlin onder leiding van de beroemde dirigent Daniel Barenboim), maar ook van popmuziek (door artiesten zoals Sting en de Black Eyed Peas).

Het is werkelijk een bijzonder gevoel hier te mogen staan en de pracht van deze zaal te kunnen bewonderen. Toen ik hier onlangs was, kon ik de zaal zomaar binnenlopen, maar dat was duidelijk niet zo bedoeld. Gelukkig worden er weer rondleidingen door het Funkhaus georganiseerd. Helaas gebeurt dat maar mondjesmaat (slechts 2x in de maand), dus bij interesse moet u lang vantevoren plannen. Op het moment dat ik dit schrijf (augustus 2026) is de eerste rondleiding waarvoor nog kaarten beschikbaar zijn pas op 30 januari 2027! Boeken kunt u via deze website.

Er is hier een bescheiden koffiehuis, dat de charme van de DDR-horeca niet in het minst heeft verloren en bovendien nog steeds de toendertijd veel voorkomende naam Milchbar draagt. Opvallend is wel het feit dat je hier moet pinnen en dat contant geld dus uit den boze is. In Berlijn is het namelijk meestal nog steeds andersom.

Buiten is een simpel terras, vanwaar je een prachtig uitzicht op het gebeuren op de Spree hebt. Een absolute aanrader om hier even te pauzeren! Na die pauze rijden we de Nalepastraße verder in zuidelijke richting, en slaan vervolgens rechtsaf de Spreestraße in, die ons naar het Wilhelmstrand voert. Dat is nauwelijks een strand te noemen, maar hier is wel de aanlegsteiger van de veerboot die ons naar de andere kant van de Spree brengt. Daar bent u dan binnen enkele minuten bij het station Baumschulenweg, waar deze tocht eindigt. Vanaf dat station kunt u vervolgens de S-Bahn lijn S9 nemen, die u terug naar het centrum brengt (het eindstation van deze lange lijn van bijna 50 km is Spandau).

Voor de oversteek van het Wilhelmstrand naar de Baumschulenweg aan de overkant geldt overigens het normale tarief van het openbaar vervoer (BVG), dus met een dagkaart of met het standaard ticket AB zit u altijd goed. Hier vindt u de vertrektijden van de pont, die bij de BVG als F11 staat genoteerd (met de F van Fähre = veerboot).

Ik begon dit verhaaltje even over de wijk Kreuzberg, waarover ik het in het verleden al vaak heb gehad. Als je een gemiddelde Nederlander vraagt een wijk in Berlijn te noemen, komt vermoedelijk Kreuzberg het vaakst uit de bus. En geen wonder, want nog steeds is dit een van de levendigste en meest multiculturele wijken van de stad, met al zijn voor- en nadelen. En ook in uw reisgids zal Kreuzberg vermoedelijk wel uitgebreid aan bod komen. Deze keer wil ik het even hebben over de Wochenmarkt am Maybachufer, een erg populaire markt die elke dinsdag en vrijdag tussen 11.00 en 18.30 uur niet ver van het U-Bahnstation Kottbusser Tor (lijnen U1 und U3) plaatsvindt. Vanaf het station is het via de Kottbusser Straße ongeveer 5 minuten lopen naar de markt, die bij de Kottbusser Brücke begint. Die brug ligt precies op de grens tussen de wijken Kreuzberg en Neukölln. Hierboven ziet u het bekende lokaal Ankerklause, dat pal naast de brug staat en waar je een goed uitzicht op het Landwehrkanal hebt.

De markt strekt zich dan uit op de Maybachufer, die dan weer net in Neukölln ligt. De officiële benaming luidt: Neuköllner Wochenmärkte Maybachufer, maar vrijwel iedereen noemt het de Turkenmarkt. Er zijn hier inderdaad veel Turkse standhouders, maar je vindt er daarnaast handelaren uit vele andere delen van de wereld. Voedsel (met name groente en fruit) voert de boventoon, maar daarnaast is er veel textiel, kunst en ook prullaria te vinden.

Het is meestal een drukte van belang en de stemming is altijd goed – niet in de laatste plaats door de vele vrolijke verkopers. Kleine tip: tegen het eind van de dag gaan de prijzen van groente en fruit hier nogal eens een flink stuk naar beneden.

Tegenover en naast de markt zijn er vele kleine cafés en barretjes te vinden die ook aan die prettige atmosfeer bijdragen. Mijn favoriet is Café Zart: typische inrichting, redelijke prijzen en een erg vriendelijke bediening.

En last but not least: er is vrijwel altijd muziek – en vaak erg goede! De laatste keer dat ik hier was speelden een saxofonist en een gitarist zeer relaxte muziek, die wonderwel zijn plek vond tussen de drukte van de markt. Hier een klein stukje van hun optreden:
Mocht u de drukte en het lawaai van de markt en de vele bezoekers even willen ontvluchten: geen probleem! Want op een steenworp afstand vindt u een oase van rust: het Turkse restaurant Defne. Dit ligt aan de overkant van de drukke Kottbusser Damm en bevindt zich daarom net weer in Kreuzberg. Deze Kottbusser Damm begint precies bij onze markt en scheidt Kreuzberg en Neukölln van elkaar: de westzijde van de straat hoort bij Kreuzberg en de oostzijde bij Neukölln.

De foto aan het begin van dit verhaaltje is gemaakt vanaf het terras van restaurant Defne, dat u hierboven ziet. Het precieze adres luidt: Planufer 92C en omdat deze straat in feite nergens naartoe gaat is hier ook nauwelijks verkeer. In plaats daarvan vind je, zoals op de foto was te zien, veel groen alsmede erg mooie huizen. Er zijn hier trouwens ook nog enkele andere uitstekende restaurants, maar Defne is vanwege het goede eten en de prettige bediening in ieder geval een echte aanrader.

En dat brengt me ter afsluiting van dit stukje over Berlijn op twee andere, vrij bescheiden, gastronomische pareltjes die ik jarenlang ben misgelopen – hoewel ze beide bij mij in de buurt zijn te vinden. Ik heb ze desondanks pas onlangs door toeval ontdekt. Het eerste is het koffiehuis Witty Stories in de wijk Friedenau, niet ver van het U- en S-Bahnstation Bundesplatz (lijn U9 en de S-Bahn ringlijn). Het ligt totaal verscholen in een klein park met de naam Perelsplatz, dat eigenlijk ingeklemd ligt tussen twee doorgangswegen: de drukke Bundesallee en de haast net zo drukke Hauptstraße. Maar van al dat verkeer is hier niets te horen.

De naam Witty Stories stamt uit de tijd dat hier op de muren nog kleine getekende verhaaltjes te zien waren. Het koffiehuis was namelijk vroeger een openbaar toilet en op de tegels werden ooit tekeningen en kleine “grappige verhaaltjes” aangebracht. De meeste zijn inmiddels verdwenen, alleen onder de toonbank zijn er nog enkele bewaard gebleven.

De rust wordt zelfs niet eens verstoord door de nieuwe wijk die hier op nog geen 100 meter afstand in de laatste jaren is ontstaan en waarvan de bouw in juli 2026 werd voltooid. De wijk heeft de naam Friedenauer Höhe gekregen en ligt precies tussen de stations Bundesplatz en Innsbrucker Platz op de plek van het voormalige goederenstation. De wijk wordt door een autoluwe opzet gekenmerkt, er is veel plaats voor fietsers en voetgangers en er is ook veel groen te zien. Dat klinkt allemaal prima, maar een korte internetrecherche laat zien dat je een behoorlijk gevulde portemonnee moet hebben om je een van de ruim 1.100 woningen te kunnen permitteren. Net als in Nederland is het tekort aan betaalbare woningen een groot probleem. Anders dan in Nederland hebben de meeste Berlijners een huurwoning, slechts een minderheid bezit een koopwoning.

Het tweede pareltje is Café Piter, dat van maandag t/m vrijdag van 09.00-20.00 uur is geopend en dat slechts op een steenworp afstand van de Kurfürstendamm ligt. Je ziet hier desondanks weinig toeristen, wellicht omdat het café enigszins verscholen ligt in een rustige straat. Er zijn daarentegen des te meer stamgasten, waartoe ik mij inmiddels ook reken. Dat ligt in de allereerste plaats aan de mensen die dit café runnen: Erika uit Litouwen en haar medewerksters Odetta (eveneens uit Litouwen) en Zaga (oorspronkelijk uit Servië).

Ze hebben alle drie gemeen dat ze steeds opgewekt en vrolijk zijn, ondanks de drukte die hier vooral rond het middaguur heerst. Het eten is er bovendien uitstekend: er staan veel Oost-Europese gerechten op de wisselende kaart, waardoor er voor veel Berlijners vaak nog heel wat nieuws te ontdekken valt. Daarnaast zijn de prijzen meer dan redelijk. Genoeg redenen dus waarom veel mensen hier graag terugkeren – en bovendien vermoedelijk ook wel een beetje om de twee klapzoenen die stamgasten bij binnenkomst steevast van de knappe Erika krijgen…