uithoeken in Berlijn

Berlijn is een grote stad – niet alleen wat het aantal inwoners betreft, maar vooral ook qua oppervlakte die bij bijna 900 km² ligt. Daarin passen bij voorbeeld München + Leipzig + Dortmund! In Europa komt het wat grootte betreft op de derde plaats (na Londen en Rome) en Amsterdam zou bijna zeven keer in Berlijn passen!

De meeste toeristen zullen zich tijdens hun bezoek aan de stad natuurlijk vooral op het centrum concentreren en nauwelijks de tijd hebben daarbuiten ook eens rond te kijken. Ook de meeste reisgidsen besteden natuurlijk vooral aandacht aan de (vele) bezienswaardigheden die het centrum van Berlijn rijk is. Dat is weliswaar begrijpelijk maar ook wel een beetje jammer, want ook in de buitenwijken valt er veel te ontdekken. Deze keer wil ik u eens op twee interessante plekken van Berlijn wijzen, die werkelijk ver buiten de city zijn te vinden maar desondanks een bezoek waard zijn.

In het zuidoosten van de stad, tussen Grünau en Erkner, vindt men de Müggelsee, waarover ik hier al eens iets heb geschreven. Het is een prachtig gebied, ideaal voor fietsers en wandelaars en er is maar weinig autoverkeer. Ten zuiden van de Müggelsee is sinds enkele maanden de Müggelturm weer te bezichtigen. Deze toren, vanwaar men naar verluidt het beste uitzicht over de stad heeft, kan op een roemrucht verleden terugblikken.

De oorspronkelijke toren werd in 1880 gebouwd, was van hout en niet meer dan 10 meter hoog. In 1890 werd er een stuk bovenop gezet en de toren bereikte nu een hoogte van bijna 30 meter. Vooral nadat er een restaurant was bijgebouwd ontwikkelde de toren zich al snel tot een geliefde uitspanning en bleef dit vele jaren. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de toren als zendmast gebruikt en zou kort voor de capitulatie in april 1945 worden opgeblazen. De toenmalige beheerder wist dit echter te verhinderen.

Na de oorlog bleef de Müggelturm weliswaar nog een aantal jaren bestaan, maar werd eind jaren 50 uiteindelijk gesloopt. Op dezelfde plek verrees echter al enkele jaren later een nieuwe toren, die erg populair was – totdat na de Wiedervereinigung in 1990 de belangstelling van de bevolking abrupt afnam en de toren langzaam in verval raakte. Er volgde een aantal vergeefse pogingen tot sanering maar uiteindelijk kreeg men de plannen rond, zodat de Müggelturm dit jaar weer in zijn oude glorie kon worden hersteld en inderdaad een behoorlijke trekpleister lijkt te gaan worden.

Let op: er is géén lift, dus u zult de bijna 130 treden moeten lopen om op het uitzichtpunt op 30 meter hoogte te komen. Maar dan kunt u ook van een grandioze blik op Berlijn en de wijde omgeving genieten. Helaas is het evenmin erg eenvoudig hier met het openbaar vervoer te komen, maar er is rond 250 meter verder een redelijk grote parkeerplaats te vinden. Mooier is het natuurlijk hier naartoe te fietsen: het laatste stukje gaat wel pittig omhoog en deed mij nogal aan Alpe d’Huez denken, maar de kunst bestaat er in je “innere Schweinehund” de baas te worden, zoals de Duitse taal het zo mooi uitdrukt.

Met het openbaar vervoer komt u er natuurlijk ook: u gaat dan eerst met de S-Bahn naar station Köpenick (lijn S3), waarna u bus 169 richting Alt-Müggelheim neemt. U stapt dan uit bij de halte Rübezahl, vanwaar het nog een kleine 10 minuten te voet is. Voor een dagtochtje zijn de Müggelturm en het centrum van Köpenick goed met elkaar te combineren en ik geef u daarom graag nog enige tips voor dit mooie stukje Berlijn.

Köpenick is natuurlijk in de eerste plaats bekend door de gelijknamige Hauptmann – een bedrieger die aan het begin van de 20e eeuw het raadhuis bezette en de toen nog zelfstandige stad daarmee enige tijd in adem hield. In dat raadhuis bevindt zich al sinds jaar en dag een beroemd jazzlokaal: hier vindt u het actuele programma en verdere informatie.

Het is meer dan de moeite waard een wandelingetje door het oude gedeelte van Köpenick te maken: de aantrekkelijke kleine boulevard langs het water (dat hier Dahme heet, een zijarm van de Spree), met zijn fraaie uitzicht op de rivier en de vele restaurantjes, waar geen voorbijgaand verkeer de rust verstoort.

Er zijn hier enkele boten die als restaurant zijn ingericht, maar er is er ook één die een filiaal van de burgerlijke stand herbergt en waar je dus in de echt kunt worden verbonden. Het is maar dat u het weet!

Als u de loop van het water volgt (steeds aan uw linkerhand) komt u vanzelf uit bij het marktplein van Köpenick, waar een uitgesproken serene sfeer hangt.

Op nummer 1 is het museum van Köpenick te vinden, dat begin jaren 90 in een zogenoemd Fachwerkhaus uit de 17e eeuw werd ondergebracht. Het geeft wel een aardig beeld van de geschiedenis van dit stukje Berlijn, maar een absolute must is een bezoek aan het museum in mijn ogen niet.

Datzelfde geldt ook voor het aan de overkant op een klein eilandje liggende barokke Schloß Köpenick, dat in zijn huidige vorm uit de 17e eeuw stamt: de architect was de Nederlander Rutger van Langerfeld.  De toenmalige heerser Friedrich Wilhelm von Brandenburg (die later de bijnaam großer Kurfürst kreeg) verbleef in zijn jeugd een aantal jaren in Holland en bracht later veel Nederlandse cultuur naar het toen nog verhoudingsgewijs onbeduidende Berlijn.

In het paleis is veel pracht en praal uit de 16e tot de 18e eeuw te bewonderen en komt de macht van de Hohenzollerndynastie tot uitdruk, die haar stempel eeuwenlang op het koninkrijk Pruisen en later op Duitsland hebben gedrukt – tot en met de laatste Duitse keizer Wilhelm II.

Het paleis en de tegenoverliggende kerk zijn zeer zeker indrukwekkend te noemen en natuurlijk een bezoekje waard. Ook het aangrenzende, vrij sjieke restaurant mag er zijn en biedt een fraai uitzicht op de rivier de Dahme.

Mocht u echter niet al te veel tijd hebben, raad ik u desondanks toch eerder aan via de schilderachtige Kietzer Straße even de Müggelheimer Straße over te steken en dan rechtsaf een straatje in te slaan met de korte naam Kietz. Het verlengde hiervan heet de Gartenstraße en daar bevind zich een locatie met een verhaal: restaurant Krokodil.

Op deze plek ontstond aan het eind van de 19e eeuw één van de eerste zweminrichtingen van de stad. Deze kende in de loop der jaren veel ups en downs, overleefde de beide wereldoorlogen, maar verkommerde nadat de Wiedervereinigung een feit was geworden. Eigenlijk zou de inrichting toen worden gesloopt, maar daar werd door een aantal buurtbewoners een stokje voor gestoken. Ze schrijven zelf dat ze meer ideeën dan kennis van zaken hadden, maar hun enthousiasme maakte veel goed.

Met vereende krachten werd daarom uit niets iets en zo kon eind jaren 90 de herbouwde Krokodil worden geopend. Tegenwoordig is het een prettig, eenvoudig restaurant met een klein strandje en een weidse blik over de Dahme. In het weekend is het bij mooi weer natuurlijk nogal druk, maar door de week is het een oase van rust waar je het gegarandeerd lang uit kunt houden.

Ongeveer op dezelfde breedte, maar helemaal in het westen ligt het plaatsje Sacrow: de afstand tot de Müggelsee bedraagt maar liefst zo’n 45 km. Strikt genomen hoort het net niet bij Berlijn maar bij Potsdam, maar de geschiedenis is zo nauw verweven met de Duitse hoofdstad dat ik het er toch maar even met u over heb. De plaats is vooral bekend door zijn kerkje, de Sacrower Heilandskirche. De huidige kerk werd halverwege de 19e eeuw gebouwd, maar de eerste kerk op deze plek stamt al uit de 17e eeuw.

In 1961 kwam de Heilandskirche in een merkwaardige situatie terecht: door de bouw van de Berlijnse Muur stond de kerk plotseling op een stuk niemandsland. De Muur verliep namelijk niet alleen tussen West- en Oost-Berlijn, maar werd om West-Berlijn heen gebouwd, dat dus als het ware een eiland werd. Uiteraard stond de Muur op Oost-Berlijns gebied en de aangrenzende stukken land werden door de DDR tot niemandsland (Sperrgebiet, later volgestopt met landmijnen) verklaard. De kerk stond net op zo’n stukje niemandsland, zodat er niemand meer naar toe kon: de West-Berlijners niet omdat de Muur in de weg stond en de Oost-Duitsers dus evenmin.

Als gevolg hiervan raakte de kerk in de loop der jaren ernstig in verval: in feite gebeurde er 25 jaar lang niets. Ten tijde van de Berlijnse Muur voeren de West-Berlijnse rondvaartboten overigens precies tot aan het midden van de rivier de Havel, die de grens tussen de deelstaat Brandenburg (waarin Sacrow ligt) en West-Berlijn markeerde. Hierdoor had men van West-Berlijn een uitstekend uitzicht op de verlaten kerk in niemandsland: de afstand tussen Park Sacrow op Oost-Duits gebied en Park Glienicke in West-Berlijn bedraagt hemelsbreed slechts enkele honderden meters.

Pas halverwege de jaren 80 kwam op initiatief van Joachim Strauss, de laatste predikant van de Heilandskirche, beweging in de situatie. Hij was eind jaren 70 met pensioen gegaan en mocht van toen af aan vrij reizen. (de tamelijk cynische gedachte hierachter was dat gepensioneerden de staat alleen maar geld kostten en men er dus niets op tegen had als zij in het kapitalistische westen zouden blijven – wat overigens niet erg vaak voorkwam).

Hierdoor kwam hij in contact met West-Berlijnse politici en dan in het bijzonder met de vroegere West-Berlijnse burgemeester Richard von Weizsäcker. Deze liet zijn invloed gelden en na taaie onderhandelingen met de Oost-Duitse instanties kon het herstel van de kerk daadkrachtig worden aangepakt. Politiek lag het allemaal uitermate gevoelig, maar uiteindelijk heeft het gezonde mensenverstand hier gezegevierd.

Het was ook deze Joachim Strauss die de al met kerstmis 1989 gehouden eerste vrije kerkdienst voorging: dat was dus slechts enkele weken na de val van de Muur! Er is sinds die tijd veel moeite gedaan om de kerk in zijn vroegere toestand te herstellen en dat is wonderwel gelukt. Tegenwoordig worden er hier naast kerkdiensten ook regelmatig concerten gehouden. Nadere informatie vindt u op deze website, waar ook de openingstijden zijn te vinden. Het zou natuurlijk erg jammer zijn als u voor een gesloten deur zou komen te staan, want het interieur van het kerkje is de moeite waard.

Het is helaas tamelijk ingewikkeld hier met het openbaar te komen. U kunt vanaf station Zoologischer Garten de snelbus X34 nemen, die u helemaal tot aan het eindpunt Kaserne Hottengrund neemt. Daar stapt u dan over op bus 697, die u naar Sacrow brengt. Voor de sportievelingen onder u is een fietstocht wellicht een optie. Hieronder vindt u twee routes: een lange (ca. 45 km) en een extra lange (ca. 52 km)! Beide beginnen en eindigen op de Kurfürstendamm: de langere route doet ook nog een paar meertjes in de buurt van Sacrow aan.

Download de lange route hier: GPX en KML

en de extra lange route hier: GPX en KML

Voor beide routes geldt bovendien dat u van Sacrow over de Havel naar Berlijn-Glienicke moet zien te komen. En dat is niet al te gemakkelijk! Er is een veerpont, die – vriendelijk gezegd – sporadisch verkeert. U vindt de mogelijkheden en tijden op deze website. Kies voor het vertrekpunt station Sacrow – Heilandskirche (= station 2) en voor het aankomstpunt Park-Glienick – Krughorn (= station 1). De overtocht duurt slechts luttele minuten, de kunst bestaan erin op tijd bij de halte te zijn. En er zijn niet veel mogelijkheden: in het weekend heeft u vijf kansen, maar door de week slechts twee!

Net als Amsterdam heeft Berlijn met een toeristen boom te maken, die de stad intussen steeds moeizamer kan opvangen. Daarbij moet worden gezegd dat het probleem in Amsterdam natuurlijk een stuk groter is – simpelweg omdat de stad zoals gezegd veel kleiner is dan Berlijn. Toch probeert ook hier het gemeentebestuur de toeristenstroom wat te spreiden en wil daarom een bezoek aan de wat minder bekende plekken stimuleren, wat dus goed aansluit op de strekking van dit verhaaltje. Een kleine (en voor zover ik weet eerste) aanzet daartoe is de zojuist ontstane Dahlem-Route, die in feite niet veel meer is dan een nieuwe fietsroute in het zuidwesten van de stad, met een bijbehorende folder en een bewegwijzering – daarover later meer.

Nu is Dahlem één van de mooiste en ook duurste wijken van Berlijn en er zijn hier inderdaad veel mooie plekjes te vinden. Ik heb het traject van ruim 18 km inmiddels een keertje afgefietst en het resultaat viel niet tegen. De route voert van de Podbielskiallee (U-Bahn station lijn 3) via de Schlachtensee (S-Bahn lijn 1 richting Wannsee), U-Bahn Krumme Lanke (eveneens U3) en Dahlem Dorf (U3) terug naar het beginpunt. U hebt dus in feite meerdere opstapmogelijkheden.

Na nog geen kilometer bent u al bij de bekende Domäne Dahlem, waarover ik hier en hier al eens iets heb verteld. De weg verloopt dan langs de rand van het Grunewald naar een punt waar de beide meertjes Schlachtensee en Krumme Lanke bijna samen komen. Hier vindt u een klein strandje en daarnaast de uit het begin van de 18e eeuw stammende uitspanning Fischerhütte am Schlachtensee.

Het is hier bij mooi weer heerlijk toeven op de terrassen. Over het restaurant binnen en het eten kan ik helaas niet zo heel erg enthousiast zijn: het is vooral veel massa en vrij weinig kwaliteit. Bovendien zijn de prijzen voor Berlijnse begrippen aan de erg hoge kant.

Over de Elvirasteig gaat het verder richting S-Bahn Schlachtensee en vandaar via de erg aardige Bresgauer Straße naar de mooie Mexikoplatz met zijn niet minder mooie U-Bahn station. De tamelijk rustige Matterhornstraße leidt u dan naar de drukke Argentinische Allee. Al is het nog zo verleidelijk: ik raad u echt aan hier het fietspad te gebruiken, al verkeert deze in een vrij matige toestand. Fietsen op de weg terwijl ernaast een fietspad verloopt wordt door veel automobilisten niet graag gezien en u moet in dat geval dan ook rekening houden met veel getoeter en luidkeels commentaar. Fietspaden zijn in Berlijn overigens alleen verplicht als er een blauw bord met een fiets staat- anders niet!

Het stukje Argentinische Allee is maar kort: daarna neemt u rechtsaf de Fischerhüttenstraße en vervolgens links de Sven-Hedin-Straße naar een paradijselijk plekje midden in de stad: de Fischtalteich. Niets bijzonders eigenlijk: een vijver en een licht glooiend park. Maar de rust hier midden in de stad is onvergelijkelijk. Iets verderop is er nog zo’n mooi punt: het Driepfuhlpark, waar u eveneens langsfietst.

Het laatste stuk van de route komt nu in zicht: het gebied rond de Freie Universität van Berlijn. Door de opsplitsing van Berlijn in vier sectoren ontstond er al kort na het einde van de Tweede Oorlog in het door de westelijke geallieerden bezette gedeelte van de stad (de Amerikaanse, Britse en Franse sectoren) een situatie die het noodzakelijk maakte een eigen universiteit op te richten. Immers, de universiteit van Berlijn (de Humboldt-Universität) lag in het Russische gedeelte en de koude oorlog en de daarmee verbonden verschillende ideologieën bemoeilijkten in toenemende mate de vrije toegang voor studenten uit West-Berlijn.

In 1948 werd de Freie Universität Berlin ingewijd. Er kon in die tijd natuurlijk niet zomaar uit het niets een universiteitsgebouw uit de grond gestampt worden, met als gevolg dat ook vandaag de dag nog de FU weliswaar over een groot aantal verschillende panden beschikt, maar niet over een centraal, representatief gebouw zoals de Humboldt-Universität dat wel heeft.

Bekend zijn vooral de Henri-Ford-Bau (ontstaan aan het begin van de jaren 50) dat u hierboven ziet en de zogenoemde Rost- und Silberlaube: aan beide komt u op uw tocht langs. De Otto-von-Simson-Straße is een van de weinige stukjes op deze route met kasseien: een groot gedeelte is gelukkig geasfalteerd, al is de kwaliteit van het wegdek af en toe nogal bedroevend.

De Fabeckstraße brengt u nu naar de Königin-Luise-Straße, die u in oostelijke richting afrijdt. Op de kruising met de Altensteinstraße en de Englerallee is één van de ingangen van de Botanischer Garten te vinden, die ik hier al eens aan u heb voorgesteld. In de zomer worden hier concerten gegeven: de foto’s hierboven werden gemaakt tijdens een fado-avond. Die concerten zijn erg in trek, waardoor het vaak moeilijk is aan kaartjes is te komen. Meer informatie is op deze website te vinden (helaas alleen in het Duits beschikbaar). Vanaf dit punt is het dan nog maar een klein eindje via de Podbielskiallee terug naar het vertrekpunt: het U-Bahn station met dezelfde naam.

De route kunt u hier downloaden: GPX en KML.

En een PDF met nadere informatie over dit project vindt u hier: Dahlemroute

De vraag is natuurlijk of de initiatiefnemers in hun opzet zijn geslaagd. Ik vind van wel: feit is dat er een flink aantal interessante locaties op de route ligt: naast de Domäne Dahlem en de Botanischer Garten zijn hier vooral het Brücke-Museum en het Haus am Waldsee te noemen, waarover ik hier al eens iets heb geschreven. Het kaartje hierboven toont niet alleen alle 16 bezienswaardigheden, maar ook meerdere cafés en restaurants.

Naast de hierboven al genoemde Fischerhütte zijn vooral de Alter Krug, Luise en de Eierschale aanraders: deze laatste vindt u helemaal aan het eind van de rit. Niet opgenomen is de Königliche Gartenakademie (ingang op de hoek van Königin-Luise-Straße en Arnimallee) – die u eigenlijk niet mag missen, zoals hier is na te lezen.

Een minpuntje mag niet onvermeld blijven: de bewegwijzering is niet al te best: er ontbreken borden op plaatsen waar je die echt nodig hebt en als ze er al staan is het vaak ter grootte van een flinke postzegel. U doet er dus goed aan de gpx file op uw smartphone te laden en met behulp hiervan de route af te leggen.

Normaal gesproken geef ik hier maar zelden een aanbeveling voor cafés, bars en restaurants, kortom de Gastronomie van Berlijn. Ik weet er te weinig vanaf en elke keuze is subjectief. Bovendien is het eigenlijk een hopeloze zaak uit het enorme aanbod een selectie te maken: de cijfers lopen weliswaar nogal eens uiteen, maar er zijn zeker rond de 6.500 horecabedrijven in Berlijn te vinden.

Maar af en toe maak ik wel eens een uitzondering, zo ook deze keer. Ik heb namelijk enige tijd geleden een koffiebar annex levensmiddelenzaak annex kookstudio annex boekwinkel ontdekt. De naam is Goldhahn und Sampson en dit pareltje is te vinden in de Wilmersdorfer Straße 102/103 in Charlottenburg, tussen Niebuhrstraße en Mommsenstraße en niet ver van het U-Bahnstation Wilmersdorfer Strasse (lijn U7).

De inrichting, het aanbod, de service en de kwaliteit zijn perfect, al heeft dat natuurlijk wel zijn prijs. Hier vindt u een enorme collectie kookboeken (in meerdere talen), uitgelezen wijnen, voortreffelijke koffie en exquise snacks. En er worden hier bovendien tientallen kookcursussen aangeboden! Kortom, een eldorado voor iedere gourmand en gourmet alsook voor hen die het willen worden.

De Wilmersdorfer Straße is trouwens een erg bekende winkelstraat. De Schlossstraße in Steglitz bevalt mij weliswaar beter, maar beide hebben inmiddels wel iets gemeen: sinds kort is er in beide straten een Hema te vinden! Voor de vele Nederlanders in Berlijn is dat natuurlijk goed nieuws, maar of het concept van de Hema hier in Berlijn opgaat zal nog moeten blijken. Bij de opening was het overigens wel een drukte van belang!

Dit bericht is geplaatst in nieuwe verhalen met de tags , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.